Over kinderen, hun psychische problemen, hun ouders en hun behandelaars.

Teletubbie-landschappen en hel op aarde; over tegenstellingen in de kinder- en jeugdpsychiatrie en waarom het zo nodig is

Het binnenterrein van Curium-LUMC heeft wat weg van een Teletubbie landschap; een paar heuvels, wat speeltoestellen en er huppelen half tamme konijntjes rond. Daaromheen zijn de behandelunits gebouwd. Iedere unit heeft zijn eigen kleur. De laatste maanden van mijn opleiding mocht ik ervaring opdoen bij de rood gekleurde unit. Het is een plek waar jongeren begeleiding krijgen om meer de baas te worden over hun emoties. Het lijkt zo simpel. Maar dat is het niet. En veel geld mag ’t niet kosten want er moet ook geld naar de update van de ontvangstruimte van het gemeentehuis.

Meer lezen…

Meer bureaucratie en versnippering na de transitie

De Jeugdwet zou de knelpunten in het jeugdstelsel oplossen, zeiden staatssecretarissen Martin van Rijn en Fred Teeven een paar jaar geleden. Het nieuwe stelsel ging de regeldruk verminderen en een einde maken aan bureaucratie en versnippering. Ik merk er nog niet veel van.
Meer lezen…

Martin van Rijn, komt u nu ook uw oversteekdiploma inleveren?

‘Wat is het verschil tussen Daan en Thijs?’. Twee jongetjes op een poster. Ze lijken eigenlijk best op elkaar. Dat zal ook wel de bedoeling zijn geweest van die poster. Daan heeft een nierziekte. Thijs heeft autisme. Dat staat er ook. En er staat dat voor Thijs een probleem dreigt. De Jeugdwet maakte dat niet langer zorgverzekeraars maar gemeenten in 2015 verantwoordelijk werden voor de zorg aan kinderen met een psychische aandoening. Met deze advertentiecampagne over Daan en Thijs uitten verschillende ggz-partijen hun zorg dat een discriminerende en stigmatiserende situatie zou ontstaan. Het budget van  gemeenten zou de toegang tot medisch psychiatrische zorg bepalen voor de kinderen in hun regio. En er was de zorg dat ouders niet meer zelf konden kiezen voor een zorgaanbieder. Die campagne heeft niet geholpen. De transitie is een feit.

Meer lezen…

“Je lijkt wel een ambtenaar…”

Ik hou van autorijden. Op mooie wegen. En liefst harder dan eigenlijk mag. Ik heb het besproken in mijn leertherapie. Het heeft niet geholpen. Hoeft ook niet. Ik kan altijd nog zeggen dat niets menselijks mij vreemd is. Afgelopen zomer. Vakantie. Genoten van bochtige wegen, het terugschakelen, de toeren van de motor en mijn automoment. En dan, uit het niets: de motor viel stil. Alles wat op het dashboard kon branden lichtte op. Foutmeldingen op het display. Mijn trots, die ik uit zorg vaak met de hand in de wax zet, liet mij in de steek. Zonder genade. En ‘die’ van mij zou mij altijd thuisbrengen. Ik vertelde het iedereen. Alleen als kind heb ik mij weleens zo beteuterd gevoeld toen hij door de sleepdienst werd opgeladen. Mijn supervisor vroeg naar mijn vakantie. Ik biechtte op dat mijn budget voor de auto er voor dit jaar in één keer door heen was gegaan. Mijn supervisor moest lachen; ‘ik leek wel een ambtenaar’. De ambtenaar doet met de geestelijke gezondheidszorg voor kinderen en jongeren namelijk net zoiets.Meer lezen…

Crisis en de Ardennen; over mijn vak en mijzelf

Lisette wiebelt met haar zitvlak op de rand van de balustrade. Vermoeid weet haar moeder met wat humor nog te vertellen dat dit niet het hoogste balkon van het huis is. Die avond daarvoor heeft Lisette een keukenmes teruggegeven. Lisette had dit mes onder haar kussen verstopt. Het gaat niet meer. Laat in de middag zie ik Lisette en haar moeder voor een beoordeling van de crisis. Lisette is duidelijk. Met licht overslaande stem zegt zij zichzelf niet meer in de hand te hebben. Tegen het einde van de beoordeling stelt mijn collega voor om met de opnameafdeling te overleggen of er een bed beschikbaar is. Ik voel mij bijna een slechte hulpverlener wanneer ik Lisette toch nog vraag wat zij met de opname hoopt te bereiken. Lisette zegt dat zij dan therapie zal krijgen. Ik leg Lisette uit dat haar therapie niet sneller zal starten vanwege de crisisopname. Lisette veert op. Zij pakt de hand van haar moeder, kijkt haar indringend aan en zegt dat zij een paar dagen bij haar vriendin Mirte wil logeren. Direct daarop vertelt Lisette volgende week met haar klas op survival te gaan. In de Ardennen. Ook dat is leuk. Opgelucht en toch ook vertwijfeld schud ik Lisette en haar moeder bij het gedag zeggen de hand.Meer lezen…

De brok in de keel, de schaar en het mes erop

Donderdagmiddag even voor half een. Tijd voor lunch op de dagbehandeling. Onderweg kom ik Mayke tegen. Om haar heen liggen een paar in tweeën gebroken potloden. Ik zie dat een volgend potlood het aflegt tegen de stalen spijlen van de trap. Met een verhit gezicht, nog net door haar sluike haren heen zichtbaar, schreeuwt ze met een hese stem “Rot op!”. Ik ga aan de tafel zitten. Wanneer ik de woonkamer rondkijk, vallen de gekleurde kaartjes op. Voor ieder kind een eigen kleur. Opgewekt en zonder de indruk te wekken werkelijk geïnteresseerd te zijn in het antwoord, begroet Sem mij met: “Wie ben jij?”. Inmiddels heb ik Sem 14 keer het antwoord gegeven. Precies het aantal weken dat Sem is opgenomen. Ik zou het missen wanneer hij het niet zou vragen. Wat ik ook ga missen is de groep en het team. Het hoort bij mijn opleiding dat ik na een jaar voor een andere zorglijn ga werken. Ik ben vervangbaar. Deze behandelvorm niet. En toch wordt haar het mes op de keel gezet.
Meer lezen…

Het protest van Thijmen en mij

“Mentor Katie is aan de beurt. Wij spelen ‘Wie is het’. Opeens hoor ik harde, piepende geluiden. Mentor Katie maakt haar vraag niet af. Sociotherapeuten Pieter en Maartje rennen door de gang. Ik hoor nog meer hard en piepend geluid. Het geluid doet pijn aan mijn oren. Mijn handen voor mijn oren helpen niet. Het geluid maakt mij doof. Op het binnenterrein rennen Pieter en Maartje. Op de groep is het opeens raar stil. Ik kan daar niet tegen. Op de stoel naast mij begint Marit heen en weer te schudden. Het piepende geluid blijft in mijn hoofd hangen. Ik weet niet hoe ik mij voel. Ik begin te huilen. Ik ga hard gillen.” 

Meer lezen…

Boterhammen eten met de minister en Ritalin slikken met Arie Boomsma

Aan het begin van iedere lunchmaaltijd op het Van Krevelenhuis, een klinische behandelgroep voor kinderen met een stoornis binnen het autismespectrum, moeten de kinderen eerst een boterham met hartig eten en mogen er daarna een met zoet. Nietsvermoedend had ik aardbeienjam op mijn eerste en ook nog eens witte boterham gesmeerd. Was mijn onkunde in deze maar de enige misvatting waarmee het werkveld van de geestelijke gezondheidszorg voor kinderen en jeugdigen geconfronteerd werd. Helaas bleek onlangs eens te meer dat de onkunde over de kinder- en jeugdpsychiatrie bij onder andere opiniemakers en politici vele malen groter is. En laatstgenoemden worden dankzij de jeugdwet in de nabije toekomst geacht het beleid in de sector te bepalen.Meer lezen…

Hoe we met bedden deuren openen

In een bedompte, sterk verduisterde slaapkamer van een eengezinswoning in Rijnsburg stelt een kinder- en jeugdpsychiater zich voor aan Lex. De ouders van Lex leggen met zachte stem uit hoe hij al dagenlang in foetushouding in bed ligt.

Meer lezen…