Over kinderen, hun psychische problemen, hun ouders en hun behandelaars.

Een ‘gewone’ werkdag

Samen met een collega ga ik op pad voor een intake. Na heel wat bochtjes te hebben gereden komen we in het juiste flatgebouw. Binnen blijkt het nog een klus om de weg naar boven te vinden. We nemen tot drie keer toe de verkeerde deur. Moeder ziet ons. Ze lacht en laat ons binnen in een overvol huis. Hebben ze nou zoveel spullen, of is hun huis zo klein?

Beestenbende

Binnen zitten de aangemelde jongere, zijn vader, moeder, een ketenpartner, een hond en een kat. Dat is wat we zo vaak zien. Honden en katten. Laat ik daar nou niets mee hebben. En mijn collega ook niet.  De hond zit in de bench, maar vanwege zijn aanhoudend blaffen vraagt moeder of hij er uit mag. Tuurlijk, wij zijn niet bang (meer). De hond komt gezellig tussen mij en mijn collega in zitten. De poes komt meerdere keren van de vensterbank de tafel op springen, precies waar ik zit. Ik mag hem van tafel duwen, zegt moeder, wat ik dan ook maar doe. We hebben een gesprek, voor zover dat lukt. Over een jongen, die vaak zo boos is, die zijn eigen gang gaat. Moeder huilt de halve intake. En vader, die woont ergens anders. Hij kan het ook niet oplossen hier. Maar allen snappen dat er wel wat moet gebeuren wil het hier weer een veilig en gezellig huishouden worden.

Veilige virtuele wereld

Ik ga door naar mijn volgende gesprek, een jongen van 12 die al ruim een jaar niet meer naar school gaat. Hij heeft een grote voorliefde voor gamen ontwikkeld. Dat doet hij dan ook vol overgave, bijna de hele dag. Vanuit de computerkamer hoor ik heel vrolijke conversaties. De virtuele wereld is vaak zo veilig. Waarom vinden wij dat eigenlijk niet goed? Waarom moet hij meedoen in onze wereld, met al die moeilijke mensen. Met al die verwachtingen. Met ouders werk ik een plan uit om toch weer de regie te krijgen via ‘Verbindend gezag’. En ik heb een gesprek met school om een plan te maken zodat hij weer onderwijs kan gaan krijgen, op maat.

Nooit meer naar school

Dan heb ik een gesprek met ouders over een jongedame van 13 die niet naar school durft. En nog heel veel meer dingen niet durft. Ook zij zit al lange tijd thuis. Vorige week hebben we een kennismaking gehad voor aangepast onderwijs. Dat gesprek verliep goed, dacht ik. Wensen en verwachtingen werden uitgesproken. Dochterlief heeft daar later thuis heftig op gereageerd. Ze wil nu niets meer. Vader komt mij nu uitleggen waarom dochter niet meer naar school hoeft. Nu niet en nooit meer. Voor je ontwikkeling heb je geen onderwijs nodig. Ze willen dat ik dat snap, maar het lukt hen niet mij te overtuigen. Hoe moet dat verder? Ik probeer het contact met ouders te houden, hun gedachtes te volgen, en tegelijk ook te laten weten dat ik het er niet mee eens ben dat ze nooit meer naar school zal gaan. We plannen een vervolgafspraak.

Wat heb ik toch een mooie baan.

Ellen Bouman Over Ellen Bouman

sociaal-psychiatrisch verpleegkundige bij Eleos | getrouwd en vier kinderen | werkzaam bij Fact Jeugd | houdt van zingen en van de natuur | sport, maar niet als hobby

Reacties

  1. Dank je. Wel herkenbaar hè

  2. Leuk Ellen! 🙂 Je oud collega Joanne

Reageren