Over kinderen, hun psychische problemen, hun ouders en hun behandelaars.

Over opvoeden en zo…

We schrijven 2018 en nog steeds voert het woord ‘opvoeden’ niet de boventoon in de kinder- en jeugdpsychiatrie. Sterker: er lijkt soms zelfs een taboe op te rusten. Want wanneer je het belang van opvoeden ter sprake bent, begint menigeen te steigeren. Het is ook vaak het startschot voor verhitte debatten, het bevechten van elkaars standpunt, en last-but-not-least: het met man en zwaard verdedigen van het medisch specialisme. Natuurlijk kennen kinder- en jeugdpsychiaters het belang van goede opvoeding. Maar waarom zien we hier dan zo bitter weinig van terug in de spreekkamer? Hoe kan het toch dat zoiets elementairs als opvoeden nog steeds een ondergeschoven kindje is binnen de specialistische jeugdhulp? Veel verder dan wat psycho-educatie hier en daar komt men meestal niet. Want psychische stoornissen, zo redeneert men, die hebben nu eenmaal weinig van doen met opvoeden.

Dat deze wijdverbreide overtuiging op zijn minst van twijfelachtig allooi is, lijkt me goed om eens te benoemen. Simpelweg omdat het ondergeschikt maken van opvoedkundige vaardigheden en het verband met een aantal zogenoemde psychische stoornissen wel degelijk ernstige en ingrijpende gevolgen kan hebben voor een kind. De afgelopen twintig jaar heb ik hordes kinderen aan mij voorbij zien trekken die vastgelopen waren en uiteindelijk in de specialistische jeugdhulp belandden vanwege onbegrip en een verkeerde manier van begeleiden en opvoeden, waaronder mijn eigen zoon. Een kind met kwetsbaarheden en bijzondere eigenschappen zal door een verkeerde aanpak en begeleiding nu eenmaal sneller ontwricht raken dan een kind zonder deze kwetsbaarheden. En daar zit nou net de crux. Psycho-educatie pas inzetten na het vaststellen van diagnoses is namelijk veelal te laat en zorgt er bovendien voor dat het kernprobleem bij het kind blijft liggen, terwijl kennis van opvoeden en ontwikkeling vooraf er nu juist voor zorgt dat deze kinderen (en hun ouders) niet vastlopen. Het voorkomt ook dat ze onnodig in het specialistische circuit belanden. Dat hiermee ook de gestelde diagnoses achterwege zullen blijven, lijkt me evident.

Zwaarte problematiek is slechte graadmeter

Geregeld hoor ik kinder- en jeugdpsychiaters beweren dat kinderen vaak met zeer zware problematiek binnenkomen en dat dit duidt op een aantoonbare psychische stoornis. Wat zij daarbij echter nogal eens vergeten, is dat veel kinderen na jarenlang van onbegrip, strijd, verkeerde begeleiding en stress volkomen gedesillusioneerd uiteindelijk in hun spreekkamer belanden. Dat kind en ouders samen een verleden hebben en dat de bestaande problematiek vaak een opeenstapeling is van jarenlange onmacht en verdriet. En nog belangrijker: dat geen enkele ouder een onbeschreven blad is en zijn eigen littekens en conditioneringen veelal onbewust projecteert op zijn eigen kind. Hiermee beweer ik beslist niet dat ouders dus als vanzelf ook de schuldigen zijn. Ik ben van mening dat nagenoeg iedere ouder zijn uiterste best doet en van zijn kind houdt. Bovendien kunnen andere omgevingsfactoren, zoals competitief en achterhaald onderwijs, ook van grote invloed zijn op de ontstane problematiek. Toch: wanneer je als ouder niet goed toegerust bent, geen kennis van zaken hebt, of zelf beschadigd bent in je jeugd, is het vrij logisch dat een kind opvoeden niet als vanzelf zal gaan. Dit geldt in het bijzonder voor kwetsbare en temperamentvolle kinderen en kinderen die behept zijn met bijzondere en gevoelige eigenschappen.

Opvoeden is géén aangeboren vaardigheid!

Waar komt toch die vreemde overtuiging in onze maatschappij vandaan dat opvoeden een welhaast aangeboren vaardigheid is? Hoe vreemd is het wel niet dat we wel met onze puppy een puppycursus volgen, maar onszelf niet verdiepen in opvoedingsvaardigheden en de ontwikkeling van ons bloedeigen kind? En dat we, geconditioneerd als we als mens nu eenmaal zijn, toch denken in staat te zijn om zonder enige vorm van voorbereiding ons kind groot te brengen. Niet voor niets zie je hierdoor vaak hele generaties keer op keer dezelfde fouten maken. Zouden professionals in de jeugd-ggz überhaupt wel kunnen invoelen hoe het is om jarenlang als een redelijk onbeholpen, overspannen, geconditioneerde, beschadigde, doch liefdevolle ouder maar wat aan te rommelen met je ‘moeilijke kind’, omdat je gewoon niet beter weet en niemand je vertelt hoe het beter kan? Niet dat je je daar op dat moment ook ten volle bewust van bent, dat niet, dat komt pas vele jaren later. Zullen ze begrijpen dat je als moeder vaak kapot gaat aan je eigen onvermogen en om die reden bijna opgelucht bent wanneer uiteindelijk de diagnoses op tafel komen? ‘Gelukkig, het ligt in ieder geval niet aan mij…’ Ik ben bang van niet.

Wiens taak is het?

Zouden die professionals dit namelijk wel kunnen, dan zou opvoeding wel prioriteit nummer één krijgen in de specialistische jeugdhulp. Misschien was dit onbegrip ook wel de reden dat een kinder- en jeugdpsychiater mij in het verleden eens zeer verbaasd en met hoog opgetrokken wenkbrauwen vroeg wat haar beroepsgroep hier dan in vredesnaam aan zou moeten doen toen ik dit vraagstuk eens bij haar op tafel legde. Het was immers niet hún taak om de samenleving te laten doordringen van het belang van kennis van opvoeden en de verstrekkende gevolgen van al dit aanmodderen. Ik heb het toen maar zo gelaten, ondertussen denkende dat er binnen de specialistische jeugdhulp nog een flinke slag te maken viel.

“Voor bijna alles in het leven hebben we een diploma of certificaat nodig, behalve voor het belangrijkste en meest kwetsbare dat er is: het grootbrengen van onze eigen kinderen.”

Opvoedcursussen en trainingen als nieuwe standaard

Het zou goed zijn als we naast de zwangerschapscursus, de yoga, het doorspitten van de bijbehorende vakliteratuur, het inrichten van de babykamer en het regelen van kinderopvang, ook standaard cursussen en trainingen zouden volgen over opvoeden en de ontwikkeling van onze kinderen. En dat we bij elke nieuwe ontwikkelingsfase die ons kind bereikt opnieuw zouden deelnemen aan een bijbehorende cursus. Let wel: dit alles op geheel natuurlijke wijze en vrijwillige basis! Het is toch uiterst merkwaardig te noemen dat we voor bijna alles in het leven een diploma of certificaat nodig hebben, behalve voor het belangrijkste en meest kwetsbare dat er is: het grootbrengen van onze eigen kinderen. Daarnaast zou het goed zijn als we bij problemen zonder enig schaamtegevoel en oordeel van buitenaf een beroep zouden kunnen en mogen doen op orthopedagogen, eventueel aangevuld met een gezinstherapeut of gz-psycholoog vanuit de eerste of hooguit tweede lijn.

Hoogste tijd voor een paradigmaverandering

Het leven van al dan niet kwetsbare kinderen en jongeren verbeteren, begint bij de basis: ouders onderwijzen en steun bieden bij het opvoeden. Dat houdt ook in dat oordelen en elkaar veroordelen achterwege zullen blijven. Het is de hoogste tijd dat we een samenleving creëren waarin men begrip kweekt voor elkaars noden. Waarin het vanzelfsprekend is dat we onszelf goed voorbereiden op de komst van een kind, en dat we, als het kind er eenmaal is, onszelf laten onderwijzen in de begeleiding van dit kwetsbare wezentje. Een nieuw mensenkind dat deel uitmaakt van onze samenleving en alle recht heeft op goed toegeruste ouders. Wat mij betreft is de specialistische jeugdhulp dan ook juist bij uitstek geschikt om zich hierover uit te spreken, zodat er daadwerkelijk een paradigmaverandering op gang komt. Misschien dat het aantal kinderen dat behept is met zeer zware problematiek dan sterk afneemt. Het zou zomaar kunnen…

Yvonne van Riemsdijk Over Yvonne van Riemsdijk

ervaringsdeskundige schrijver & spreker | betrokken en bevlogen, maar ook kritisch en niet altijd politiek correct | sport, leest en struint graag door de natuur | heeft drie volwassen zoons

Reacties

  1. Goed helder stuk! Duidelijk en zonder wijzende vinger geschreven.

Reageren