Over kinderen, hun psychische problemen, hun ouders en hun behandelaars.

Regel één voor psychiaters: wees oprecht

‘Psychiatrists specialize in their deficits,’ is het bekende adagium uit de ironische en hopelijk geheel fictieve roman Mount Misery, waarin een jonge arts zijn opleiding tot psychiater volgt. Al zou ‘ondergaat’ een beter woord zijn. Tijdens zijn opleiding krijgt de hoofdpersoon te maken met afschuwelijke opleiders en krijgt hij ook nog eens de ziektes die hij bij anderen behandelt: hij wordt zelf – gelukkig kortdurend – somber en angstig, maar het is niet voor niets. Hij maakt zijn opleiding af, betekent wat voor anderen en hij leert de les die centraal staat in het boek: wees altijd oprecht in het contact met patiënten. Niet oprecht in de zin van ‘niet liegen’, maar oprecht in de zin van transparant zijn in wat je denkt en voelt als dokter. 

Ik heb het boek gelezen in de laatste vakantie voor het begin van mijn eigen opleiding tot kinderpsychiater. Op een bankje aan het strand in de Indonesische zon, vlak bij het water waar vissers zeewier verbouwden. Het was al met al geen vrolijk boek, en misschien had het een waarschuwing moeten zijn, maar ik heb die niet gehoord. Ik heb me wel voorgenomen altijd te proberen oprecht te zijn in mijn patiëntencontacten.

Gezinshuis-ouders

Ik moet er nog wel eens aan denken, aan dat boek, en aan het moment dat ik het las op het strand op Bali, als ik poli doe. Op mijn poli kwam een echtpaar samen met hun zoontje van 8. Alle drie net gekleed, ouders straalden een vriendelijke betrokkenheid uit. Het jongetje, Stefan, hield liefdevol de arm van zijn vader vast. Toch was de sfeer in de wachtkamer gespannen. Aan de andere kant van de wachtkamer zaten ook de gezinshuis-ouders, waar Stefan tijdelijk woonde, op last van zijn voogd. Die kon er niet bij zijn vandaag. Vanwege de bijzondere situatie vroeg ik een collega met de gezinshuis-ouders te gaan praten, en ging ik in gesprek met Stefans biologische ouders.

Ze vertelden mij dat ze tot hun verdriet beiden een ernstige lichamelijke aandoening hadden. Vader had niet lang meer te leven door een hersentumor, en moeder was door MS te geïnvalideerd om in haar eentje voor Stefan te kunnen zorgen. Hun vraag aan ons was om de overgang naar pleegouders te helpen begeleiden. Een heel verdrietige situatie die niemand zo gewenst had. Ik sprak er met Stefan over. Hij vond de gezinshuis-ouders reuze aardig, maar hij was, begrijpelijk, heel verdrietig dat hij niet meer thuis kon wonen. Ook maakte hij zich veel zorgen om de ziekte van zijn vader.

Nekband

Een week later kreeg ik contact met de voogd, die was aangesteld na een uitgebreid onderzoek van de Raad van de Kinderbescherming. Van hem hoorde ik dat de ouders helemaal geen lichamelijke aandoening hadden. De ouders hadden in de voorgaande jaren Stefan thuis gehouden van school, hem met een nekband om in een rolstoel gezet, en herhaaldelijk met hem het ziekenhuis bezocht wegens een scala aan klachten. Zonder dat er een ziekte was bij Stefan. De ouders ondermijnden de gezinshuis-ouders, maakten hen zwart bij Stefan, wat de voogd ervan weerhield om de bezoeken van Stefan aan zijn biologische ouders uit te breiden.

Fantasieverhalen

Ik was met stomheid geslagen. Ging dit over de mensen die de week ervoor mijn spreekuur bezochten? Er bestaat een psychiatrische stoornis met de naam ‘syndroom van Münchhausen’, waarbij de patiënt fantasieverhalen over zichzelf afsteekt. Een variant daarvan is ‘Münchhausen by proxy’, waarbij de plegers om persoonlijke aandacht van medische hulpverleners vragen voor een kind dat van hen afhankelijk is. Kenmerkend voor de plegers is dat zij erg begaan en meelevend zijn met hun zieke kind en weinig protesteren wanneer artsen ingrijpende onderzoeken voorstellen. Ik had ook een gesprek met Stefan over de naderende dood van zijn vader, waarbij ouders uiterst betrokken en meelevend meespraken. Alleen ging vader dus niet dood, en was moeder dus niet invalide.

Kwetsbaar en afhankelijk

Wanneer psychiaters zich in hun eigen tekortkomingen specialiseren, dan moet het bij mij en mijn collega-kinderpsychiaters dus over de kindertijd gaan. Ik heb gelukkig een stabiele kindertijd gehad, maar ik heb me vaak genoeg onmachtig en onbegrepen gevoeld. Ik heb me als kind voorgenomen nooit te vergeten dat ik zelf ooit een kind was – kwetsbaar en afhankelijk, met eigen gedachten en zorgen. In het geval van Stefan zullen de mensen om hem heen, de voogd, zijn gezinshuis-ouders en zijn familie, niet over zijn kwetsbaarheid en afhankelijkheid heen kijken: ze zullen hem helpen en bijstaan in deze nare periode in zijn leven. Ik hoop dat het voor zijn ouders ook niet gebeurt: . ik hoop dat ze behandeling krijgen, en dat zij die behandeling aannemen – of liever nog, aangrijpen – zodat zij er ooit op een veilige en stabiele manier kunnen zijn voor Stefan.. Hoe ga ik ze, samen met de voogd, daartoe overhalen? Ik weet net nog niet, maar het begint bij oprecht zijn.

Casusbeschrijvingen zijn gefingeerd en berusten niet op de werkelijkheid.

Wouter Groen Over Wouter Groen

kinder- en jeugdpsychiater | neurowetenschapper | programmaleider academische werkplaats Kajak | organisator Rümke-cursus | blogt over de belangrijkste regels voor psychiaters - in analogie met het boek Mount Misery.

Reageren