Over kinderen, hun psychische problemen, hun ouders en hun behandelaars.

Psychiatrische classificatie bij kinderen: zegen of vloek?

De nieuwe regering gaat extra geld uittrekken voor defensie. Damiaan Denys – voorzitter van de Nederlandse vereniging voor Psychiatrie – reageerde op Twitter met de verzuchting of er niet wat geld opzij kon worden gezet voor goede kinder- en jeugdpsychiatrie (en volwassenenpsychiatrie), want “… worden later betere militairen”. Denys kon er niet verder naast zitten. Velen die op jeugdige leeftijd bij de kinderpsychiater zijn geweest, kunnen juist defensie als werkgever wel vergeten.

autisme en defensie, via Hans Koppies

foto: “Een autistische stoornis is een reden tot ongeschiktheid voor een militaire functie.” (website Ministerie van Defensie)

Deze blinde vlek van de NVvP-voorzitter roept de vraag op hoe wijdverbreid deze is. De laatste decennia hebben een forse groei laten zien van het aantal kinderen dat in het domein van de kinder- en jeugdpsychiatrie is terechtgekomen. Welke impact een psychiatrisch label heeft op de ontwikkeling van kinderen is nog onvoldoende onderzocht.

Wat weten we wel?

Uit het klaslokaal kennen we het Pygmalion-effect. “The way educators communicate their beliefs and attitudes can influence how students think about themselves, their potential, and their abilities” (Robert Rosenthal & Leonore Jacobson, 1968). Wat we weten is dat kinderen zich naar verwachtingen gaan gedragen. Het lijdt geen twijfel dat een psychiatrische label op zijn beurt gedrag beïnvloedt. Gehoord op het schoolplein: “Ik kan dat niet want ik heb ADHD.” Of een label gezond gedrag bevordert – bij zowel kinderen als ouders – is nog maar de vraag.

Arbeidsongeschikt

Steeds meer jongeren onder de vijfentwintig jaar worden arbeidsongeschikt verklaard omdat ze als kind zijn gediagnosticeerd met een ontwikkelingsstoornis en labels kregen als autisme of ADHD. In tien jaar zijn er 10.000 bijgekomen. “Wat we niet zouden moeten doen is jonge mensen allerlei diagnoses en stoornissen opplakken. We realiseren ons onvoldoende dat zorg krijgen ook risico’s met zich mee brengt. Het is een pedagogische opdracht voor ons allemaal om jongeren te helpen opgroeien”, aldus Jo Hermanns, emeritus hoogleraar opvoedkunde in een interview met Trouw (1).

Cijfers

In de laatste decennia is het aantal kinderen dat opgroeit met een psychiatrisch label fors gestegen. Ik schreef over deze ontwikkeling in Pedagogiek in Praktijk Magazine. Vooral de explosieve groei van autisme en ADHD valt op. De NVvP beschikt niet over cijfers, de Stichting Farmaceutische Kengetallen (SFK) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) wel. Zo gebruikt 4,3% van de kinderen tussen de 4 en 18 jaar het ADHD-middel methylfenidaat. Ofwel in elke schoolklas zit gemiddeld één leerling die dit middel gebruikt (2). En 3% van de kinderen zou autisme hebben (3). Mondiaal ligt de prevalentie van autisme tussen de 0,6 – 1%, dus epidemiologisch zijn de Nederlandse cijfers niet te verklaren. Volgens de NVvP “zoeken autisme-experts naar verklaringen onder andere in maatschappelijke factoren, zoals participatie en het onderwijs” (3). Maatschappelijke factoren zijn verantwoordelijk voor de explosieve toename van ‘autisme’ en niet de kinderpsychiater met de DSM in de hand?

Symptoom of wenselijke eigenschap?

Autisme en ADHD zijn containerbegrippen geworden. Met overdiagnostiek als resultaat. De gevolgen van overdiagnostiek laten zich raden. Of een psychiatrische label meer goed dan kwaad doet, is voor veel kinderen een relevante vraag. ‘Behoefte aan structuur’ kan voor een kinderpsychiater een symptoom zijn van psychopathologie, voor defensie is het een wenselijke eigenschap bij werving en selectie. Maar jongeren die het label ‘autistische stoornis’ te lichtvaardig hebben gekregen, jongeren die gedragsmedicatie slikken voor ADHD, zij worden door defensie ongeschikt bevonden.

Stigmatisering

Binnen de hulpverlening is er terecht aandacht voor de gevaren van stigmatisering, een proces waarbij bepaalde kenmerken aan een persoon of een groep worden toegekend. Maar deze definitie gaat ook op voor psychiatrische classificatie. In hoeverre werkt een psychiatrisch label voor kinderen niet juist stigmatiserend? Kinderen zijn nog volop in ontwikkeling. Daarom zou psychiatrische classificatie met potlood in het zorgdossier moeten worden geschreven, en niet als in beton gegoten diagnose te worden gepresenteerd. Draagt een psychiatrisch label voor dit kind bij aan een oplossing of aan een probleem? Juist deze vraag zou ook aan bod moeten komen in de spreekkamer. In het belang van veel kinderen. En hun ouders.

Lees ook:
‘Mensen reduceren tot een diagnose is een ingreep in de identiteit’ – psychiater Jim van Os in de Volkskrant, 21 oktober 2017.
‘Opvoedingsproblemen, diagnosticeren of normaliseren’ – blogpost van Hans Koppies op zijn blog Pedagoogle.

Bronnen:
1) Vries, de, M. (2015) Jong, afgekeurd en te afhankelijk van hulp. Artikel in Trouw, 21 mei 2015.
2) SFK (2016). Gebruik methylfenidaat groeit steeds minder sterk. Pharmaceutisch Weekblad, 18 augustus 2016, Jaargang 151 Nr 33/34.
3) CBS (2014) Bijna 3 procent van de kinderen heeft autisme of aanverwante stoornis. Publicatie cbs.nl
4) Scholte, F. (2017). Diagnose autisme is verwaterd. Artikel in Medisch Contact, 10 januari 2017.

Hans Koppies Over Hans Koppies

orthopedagoog | publicist | schrijft op zijn blog Pedagoogle

Reacties

  1. Over de wijze van beoordelen kan ik niet oordelen. Afgaand op de cijfers is er duidelijk wel een relatie tussen arbeidsongeschiktheid en classificatie dan wel diagnose. Ter aanvulling: ‘Van de 72.85 arbeidsongeschikte jongeren van 25 jaar of jonger heeft 84,6 procent last van psychische klachten. Het gaat daarbij om stress, depressiviteit of een ontwikkelingsstoornis. 61.000 van de 72.000 arbeidsongeschikten in die leeftijdsgroep lijden aan een psychische aandoening’ Bron: GGZ Nieuws (http://www.ggznieuws.nl/home/meeste-arbeidsongeschikten-hebben-psychische-problemen/)

  2. Jan hein Wijers zegt:

    “Steeds meer jongeren onder de vijfentwintig jaar worden arbeidsongeschikt verklaard omdat ze als kind zijn gediagnosticeerd met een ontwikkelingsstoornis en labels kregen als autisme of ADHD”

    De beoordeling van arbeidsongeschiktheid heeft maar een beperkte relatie met welke diagnose dan ook. Zie hiervoor ook alle verzekeringsgeeneeskundige protocollen, zo in te zien via Google.

Reageren