Over kinderen, hun psychische problemen, hun ouders en hun behandelaars.

Herstellen van geestelijke kindermishandeling

Iemand die slachtoffer is van kindermishandeling is de rest van zijn of haar leven bezig met herstel. Niet elke dag, soms heftig. Zoals tijdens de week van de kindermishandeling. Jazeker, er worden soms onterecht meldingen gedaan. Daarom is zorgvuldigheid geboden. Maar niet alle ouders zien in dat zij hun kind mishandelen, weet ik uit eigen ervaring. In de discussie van het onterecht melden hoorde ik niet één keer het woord ‘kind’. En dat doet mij het ergste vrezen! Het kind hoort gehoord te worden en centraal te staan. Want wat als een kind niet gezien wordt?

Mijn jeugd

Mijn broer was verstandelijk beperkt en in mijn jeugd ging alle aandacht naar hem uit. Logisch vond ik toen. Ik was niet anders gewend. Mijn broer is geestelijk zwaar gehandicapt en is autistisch. Hij had probleemgedrag toen hij nog thuis woonde. Mijn ouders hadden er hun handen vol aan. Ik wierp mij op als een mede-opvoeder van mijn broer. Kinderen te spelen vragen deed ik gewoon niet. Ik leerde hem Nijntje, de bloemen, tellen van 1 tot 10. Niet dat hij rekenen kan. Toen hij wegliep leerde ik hem zijn naam zeggen en zijn adres opgeven. Ik voelde mij heel verantwoordelijk voor hem. Soms deed mijn vader wel iets leuks, bijvoorbeeld als mijn neefje te logeren was. Dan gingen we naar Shetland Ponypark Slagharen. Veel stond in het teken van mijn broer. Mijn moeder kon zich volledig afsluiten van de toestanden in de huiskamer door mijn broer. Dan was ze de krant aan het lezen. Wat er om haar heen gebeurde zag en hoorde ze niet, ze zat in haar eigen wereld. Mijn moeder was mogelijk ook autistisch. Die diagnose was bij mijn vader wel heel duidelijk besef ik nu.

Geestelijke kindermishandeling

Later, toen ik vastliep na mijn eigen diagnose autisme, besefte ik de geestelijke verwaarlozing. Alle aandacht ging uit naar mijn broer. Ik ging op vreemde manieren aandacht vragen. Verbaal bleek ik al snel vaardiger dan mijn vader. Er vielen heel vaak klappen. Mijn vader vroeg bijvoorbeeld tijdens het eten alle aandacht. Als ik dan aandacht vroeg, kon hij dat niet aan. Het ging om zijn verhaal.

Ik kon wel bij mijn opa terecht die bij ons inwoonde.

Toen mijn broer uit huis moest, werd de situatie er niet beter op. Ik werd verbaal sterker. Op school ging het niet goed. Ik werd vaak gepest. Leerkrachten wisten niet hoe ze op mij moesten reageren. Er waren wel uitzonderingen. Ik ging me aan hun hechten.

De weekenden waren voor mijn broer. Mijn ouders hadden veel verdriet doordat hij uit huis moest. Dat probeerden ze in de weekenden goed te maken.

Ik heb in mijn jeugd een zelfmoordpoging gedaan en heb later anorexia gekregen. Ik heb altijd het gevoel gehad mijn ouders veel verdriet bezorgd te hebben en ze hebben ook niet adequaat gereageerd op mijn problemen. Ze begrepen mij niet en gaven mij het gevoel maar lastig te zijn.

Toen ik 13 jaar was, ben ik ook terecht gekomen bij een kinderpsychiater. Ik denk op aanraden van school. Ik ben daar onderzocht en heb er nooit meer over gehoord. Later, toen ik op mijn 35e zelf de diagnose autisme heb gezocht, en bevestigd kreeg van het autismeteam, ontviel mijn moeder de woorden: dat zeiden ze toen ook al. Nooit is er gesproken over die diagnose in mijn jeugd. Ze hebben het doodgezwegen. Geen snipper over te vinden.

Psycholoog

Na die diagnose op mijn 35e ging het niet goed met mij. Ik dacht vaak er maar liever niet meer te zijn. Nu ik mijn autistische kenmerken herkende, vond ik dat erg confronterend. Mijn jeugd kwam boven. Veel boosheid. Het gevoel onbegrepen te zijn. Mijn zelfbeeld, dat mijn man juist sterker gemaakt had, wankelde. Ik sliep slecht, at slecht. Mijn psycholoog liet mij inzien dat mijn jeugd niet goed geweest was. Voor mijn vader was dat duidelijk. Nieuw was het inzicht dat mijn moeder het allemaal liet gebeuren. Nooit ingreep. Het nooit voor me opnam. In haar krant zat. Toen dat besef binnenkwam kreeg ik een psychose. Ik kon de werkelijkheid niet aan. Het was zo hard. Ik voelde een poos helemaal niet meer. Ik vluchtte in fantasieën. Soms kon ik alleen maar huilen, meestal voelde ik helemaal niet. Ik mocht mee naar huis als ik beloofde mezelf niet iets aan te doen. Later kreeg ik antidepressiva en Risperdal. Dat heeft me heel erg geholpen. Ik kreeg groepstherapie. Ook dat hielp.

Contact met mijn ouders

Na dit alles heb ik heel duidelijk een grens gesteld aan mijn vader. Ik wilde zijn altijd negatieve commentaar niet meer. Ik wilde dat we elkaar wat meer zouden waarderen. Dat werd een breuk. Het heeft niet lang geduurd, mijn vader is sindsdien echt zijn best gaan doen. Het gaat nog niet altijd goed, maar ik begrijp zijn diagnose, ook al is die nooit officieel gesteld. Het gaat erom dat hij zich erin herkent. Soms maakt hij pijnlijke opmerkingen, maar daar probeer ik overheen te stappen. Wat wel heeft geholpen is dat hij heeft gezegd dat hij er onvoldoende voor mij was. Door mijn broer, maar toch. Het was emotionele verwaarlozing. En er zijn te veel klappen gevallen. Daar hebben we het niet meer over. Zo was het toen.

Wat wel pijnlijk was is dat ik het nooit meer met mijn moeder over het verleden heb kunnen hebben. Zij raakte dement. In het begin had ze het vaak over mijn liefste dochter. Ja, dat kwam binnen! Later herkende ze me niet meer, ik vond dat beter. Nou ja, we hebben haar goed verzorgd, het is prima zo. Ik heb geen lelijke gevoelens meer naar haar toe. Het was jammer, ik had haar van alles willen vragen. Maar dat lukte niet meer.

Autisme en een liefdevolle band

Met mijn zonen en man heb ik een hele hechte, warme band. Het verleden hoeft zich niet te herhalen. Daar ben ik het levende bewijs van. Wij zijn intiem met elkaar. Ik heb altijd achter mijn jongens gestaan. Als er wat is, komen ze bij me. Ik heb nooit geslagen. Nooit vernederd, zoals mijn vader kon doen. Toen het erop aan kwam, kon ik mezelf opzijzetten in het belang van onze jongens. Ik heb mezelf kunnen ontwikkelen. Mijn zelfbeeld is beter. Ik krijg complimenten voor wat ik doe. En die kan ik waarderen. Soms in een week als deze komt alles terug. Het hoort bij mij. Soms is het ver weg, soms zo dichtbij.

Reageren

vorige post:
volgende post: