Over kinderen, hun psychische problemen, hun ouders en hun behandelaars.

Expertise én vakmensschap nodig in de eerstelijns jeugdhulp

Recentelijk bezocht ik de conferentie ‘Van wijk tot wetenschap’. Die had als thema hoe de kennis uit met name de kinder- en jeugdpsychiatrie beter beschikbaar kan worden gemaakt voor de mensen die in de eerste lijn van de jeugdhulp werken met kinderen en gezinnen; vaak medewerkers van wijkteams jeugd. 

De lezingen en workshops op de conferentie ondersteunden nog maar een keer hoe belangrijk het is om een stevige inzet te plegen op het ontwikkelen van expertise en vakmensschap in de eerstelijns jeugdhulp, om de transformatie van de jeugdhulp in de eerste lijn te laten slagen.

Van opstartperikelen naar kennisgedreven werken

Na de fase waarin de wijk-, buurt-, dorpsteams zijn gevormd en in eerste instantie worstelden om op gang te komen en te blijven drijven, is nu een nieuwe fase aangebroken. In deze fase moeten ze op orde gaan krijgen welke expertise alle eerstelijns jeugdhulpwerkers moeten hebben om snel en adequaat te kunnen inschatten wat de zorg- en veiligheidsvragen van en rond kinderen en gezinnen zijn. En welke expertise in het eerstelijnsteam beschikbaar aanwezig dan wel beschikbaar moet zijn, maar waar niet alle eerstelijns jeugdhulpwerkers individueel over hoeven te beschikken. Dan hebben we het over kennis over bijvoorbeeld:

  • wat werkt vanuit de (ortho)pedagogiek (jeugd- en opvoedhulp)
  • de invloed van schulden en huisvestingsproblemen et cetera op kinderen en gezinnen (sociaal werk)
  • lichamelijke problematiek (jeugdgezondheidszorg)
  • psychische problematiek (jeugd-ggz)
  • verstandelijke beperkingen (jeugd-lvb)
  • de mogelijkheden en onmogelijkheden van (passend) onderwijs voor kinderen met problemen

Door al die kennis beschikbaar of goed toegankelijk te hebben in de wijkteams of andere organisatievormen van eerstelijns jeugdhulp, kunnen de eerstelijnswerkers meer kinderen en gezinnen helpen in de eigen omgeving; toch één van de belangrijkste doelen van de jeugdwet.

Gezondheidscentra als voorbeeld

Een bruikbaar model voor hoe zoiets er uit zou kunnen zien is te vinden in de eerstelijns gezondheidscentra. Daar werken huisartsen samen met praktijkondersteuners voor de somatiek (veelal verpleegkundigen) en de ggz (sociaal-psychiatrisch verpleegkundigen, maar ook steeds vaker psychologen) en met andere disciplines in de eerste lijn (diëtisten, fysiotherapeuten, eerstelijnspsychologen et cetera); binnen één organisatie of naast elkaar onder één dak. Een bijzondere ontwikkeling daarbinnen is die van de “kaderhuisarts”: een huisarts die net als de collega’s generalistisch werkt, maar zich specifiek toelegt op een probleemgebied als bijvoorbeeld hart- en vaatziekten, diabetes, bewegingsapparaat, psychische problemen of longziekten. Zo’n werkwijze zou ook voor eerstelijnsteams in de jeugdhulp heel bruikbaar kunnen zijn.

Inhoudelijke kennis én vakmensschap

Daarnaast moeten we het vakmensschap in de eerstelijnsteams verder ontwikkelen. Zo beschikken de werkers niet alleen over kennis over wat werkt en hoe die is samengebracht in de beschikbare protocollen, richtlijnen, instrumenten et cetera; meer ze moeten ook weten waarom die kenniselementen daarin staan. Met gebruikmaking van die “gecondenseerde” kennis zijn ze dan in staat maatwerk te leveren voor de kinderen en gezinnen waarmee ze dagelijks werken. Dat vakmensschap stelt hen in staat de kennis over “gemiddelde” of “veelvoorkomende” situaties te vertalen naar het kind of het gezin waarmee ze nu aan de slag zijn. Daarbij hoort niet allen bij- en nascholing, maar ook bijvoorbeeld intervisie of intercollegiale consultatie en -toetsing, niet alleen binnen de eigen beroepsgroep, maar juist ook tussen de beroepsgroepen met hun verschillende achtergronden en aanpakken. Dat vraagt om onderling respect en het ontwikkelen van een gevoel van “lidmaatschap” van het multidisciplinaire team.

Door enerzijds te investeren in inhoudelijke expertise en anderzijds in het verder ontwikkelen van een gemeenschappelijk eerstelijns vakmensschap, ontwikkelen we in de eerstelijns jeugdhulp een systeem van lerend en ontwikkelend doen wat werkt. Zodat we de best beschikbare kennis over wat werkt blijven gebruiken, terwijl we ondertussen al lerend steeds betere aanpakken ontwikkelen om het nog beter te gaan doen voor kinderen en gezinnen.

Wim Gorissen About Wim Gorissen

directeur effectiviteit en vakmanschap bij het Nederlands Jeugdinstituut | roeier | sociaal-geneeskundige (arts M&G) | liefhebber van chocolade en van Latijns-Amerikaanse en klassieke muziek | getrouwd en twee volwassen kinderen

Reageren