Over kinderen, hun psychische problemen, hun ouders en hun behandelaars.

Maatwerk is niet mogelijk zonder protocollen

De laatste tijd is er veel discussie over de vermeende tegenstelling tussen protocollair werken en zorg op maat. Bij wijkteams jeugd, bij wethouders, en ook bij professionals in de jeugdzorg en de jeugd-ggz. De angst is dat medewerkers die bijvoorbeeld met complexe problematiek bij gezinnen werken, gedwongen worden zich aan protocollen of richtlijnen te houden terwijl kinderen en ouders net bij iets anders gebaat zijn. Dat merkte ik al toen ik nog als Directeur Zorg in de jeugd-ggz werkte in de discussie over de zorgprogramma’s. En ik zie hetzelfde nu ik bij het Nederlands Jeugdinstituut werk over bijvoorbeeld de richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming.

Learn like

Het was niemand minder dan Pablo Picasso die al adviseerde om de regels te leren als een professional, om ze te breken als een kunstenaar.

De bedoeling van richtlijnen, protocollen, zorgprogramma’s is dat ze professionals houvast bieden bij het toepassen van de grote hoeveelheid kennis die er is, in het werken met cliënten en gezinnen. Een goede richtlijn ordent de bestaande kennis vanuit de wetenschap, vanuit de hulpverleningspraktijk en vanuit de cliëntervaringen zodanig dat de behandelende professional bij “gemiddelde” dan wel veelvoorkomende situaties handvatten krijgt over wat op basis van de huidige kennis het beste is om te doen. De best beschikbare kennis uit de drie kennisbronnen van de evidence-based practice komt zo op (inter)nationaal niveau bij elkaar. Bij “standaard” casuïstiek kunnen richtlijnen en protocollen zo heel veel houvast bieden aan professionals en aan cliënten.

Soms is een protocol niet voldoende

Bij complexe casuïstiek ligt het iets ingewikkelder. Soms blijkt een standaard aanpak niet of onvoldoende te werken. De problematiek is bijvoorbeeld op voorhand zo complex dat een professional kan verwachten dat de richtlijn of het protocol onvoldoende antwoord biedt. Of de problematiek is nog te onduidelijk om heel scherp een protocol te kunnen volgen. Dan komt het ineens veel meer aan op het vakmensschap van de professional. Dan is maatwerk nodig. Daarbij is maatwerk niet hetzelfde als een “onderbuikgevoel” of intuïtie. Maatwerk vraagt juist veel meer dan “standaardwerk” om een zeer gedegen kennis van de inhoud van het protocol of de richtlijn, en vooral ook begrip van waarom iets in een richtlijn of protocol staat. Niet alleen van welke interventies wanneer werken, maar ook waarom ze in de ene situatie wel en in de andere situatie niet werken.

Vakmensschap “voorbij” het protocol

Mijn stelling is dan ook dat maatwerk vraagt om goede richtlijnen, protocollen en zorgprogramma’s; en om vakmensen die zowel een excellente beheersing hebben van de gebundelde kennis, als begrip van waarom die kennis op deze manier in een richtlijn is gebundeld. Zo kan de professional in samenspraak met de cliënt en diens persoonlijke kenmerken, context, ervaringen en voorkeuren, komen tot een keuze van wat het beste is om te doen in deze situatie. Alleen als je een protocol zo excellent beheerst, kun je met en vanuit je professionele autonomie op een verantwoorde wijze behandelen “voorbij het protocol”. Dat is dan evidence-based werken in de oorspronkelijke betekenis van de term.

Wim Gorissen About Wim Gorissen

directeur effectiviteit en vakmanschap bij het Nederlands Jeugdinstituut | roeier | sociaal-geneeskundige (arts M&G) | liefhebber van chocolade en van Latijns-Amerikaanse en klassieke muziek | getrouwd en twee volwassen kinderen

Reageren