Over kinderen, hun psychische problemen, hun ouders en hun behandelaars.

De aanslagen in Brussel en wat die met onze kinderen doen

Vanaf die ochtend, 9.00 uur – Ik word wakker met het bericht vanuit Brussel, een aanslag op het vliegveld. Ik maak mijn oudste wakker met het bericht, en hij zet meteen de televisie aan. De berichten komen hard binnen, zeker nadat bekend wordt dat ook een aanslag gepleegd is op het metrostation Maalbeek.

Mijn twee jongens zijn in april met hun vader ook naar Brussel geweest, onder meer om een voetbalwedstrijd te bezoeken. Het hotel lag middenin de wijk waar nu zoveel huiszoekingen plaatsvinden. Onze oudste heeft genoten als toerist en ik kreeg leuke foto’s toegestuurd. Maar hij heeft ook meegemaakt hoe hij werd aangesproken als toerist, een leuk gesprek had, ter afsluiting een boks kreeg en tegelijkertijd pootje gehaakt werd. Hij liep verder en pakte een sigaret, toen bleek dat hij er zelf geen meer had. Allemaal groepjes. Hij was gedesillusioneerd. ‘Allemaal bij elkaar blijven’, was het devies van mijn man. Mijn zoon vond het moeilijk te bevatten dat je op het ene moment zo’n leuk gesprek had met iemand, en dat diegene je een moment later naaide. Dit verhaal werd gisteren, toen het afschuwelijke nieuws doordrong, nog vier keer herhaald. Ook herkende zoon het bewuste metrostation. Hij wilde per se kijken naar de NOS en zag de beelden opnieuw en opnieuw. Hij beleefde het nieuws opnieuw en opnieuw. En hij was bang. Want wie zegt dat die ene leuke jongen van zijn collega’s niet ook snode plannen had? De wereld was letterlijk niet veilig voor hem. Zijn jongere broer is al sinds de aanslagen van World Trade Center in 2001 bang. Ik heb toch ook een rugzak, en ben ik nu verdacht of anderen? Zo dacht hij er als jonkie over. Van nature is hij al argwanend en dat neemt mettertijd toe.

Al die beelden, maar dan?

Ik heb oproepen geplaatst op groepen van Facebook en op Twitter. Hoe ga je nu om met kinderen die zich dit erg aantrekken? Mijn jongens hadden zich inmiddels helemaal vastgebeten in het onderwerp. Moeten we IS bestrijden door meer wapens? Of moeten we een andere manier vinden? Ik ervaar herkenning in de antwoorden. Het vastbijten in het onderwerp. Alle gegevens nauwgezet volgen en opslaan. Als je iemand zoekt die een nauwgezet verslag kan geven, benader dan mijn jongens. Zij volgen alles op dit gebied!

Paniek!

Elk nieuwtje wordt gevolgd over huiszoekingen, aanhoudingen, en dan natuurlijk de praatprogramma’s. Jongste had van de week een vervelende ervaring. Hij was met een collega in de pauze van zijn werk even naar de McDonald’s. Weer op straat realiseerde hij dat hij zijn rugzak vergeten was. Hij raakte volledig in paniek, zijn collega werd er bang van. Want stel nu dat iemand die rugzak ontdekte zonder eigenaar en dat McDonald’s de politie belde. Hij zag het al helemaal voor zich dat de rugzak onderzocht zou worden door zo’n robot en dat hij door de politie opgepakt zou worden omdat hij al die overlast had veroorzaakt. Zijn collega heeft maar snel die rugzak opgehaald, zelf was hij daar niet toe in staat.

Relativeren

Het is moeilijk, maar wij proberen te relativeren. Angst is precies waar die daders op uit zijn. Wij praten veel met de jongens, maar kunnen ze ook niet helemaal geruststellen. Want ja, dit kan ook in Nederland gebeuren. En nee, we moeten niet iedere moslim verdenken. We praten over hoe dit kan gebeuren. En wat mensen daartegen kunnen doen? Beveiliging is geen garantie. Nu heeft jongste een opleiding in die richting gedaan, dus dat was wel een harde binnenkomer. Maar beveiliging blijft wel essentieel. Want zij herkennen vreemd gedrag en kunnen handelen wanneer het echt fout gaat. Ik heb mijn raadsbezoek aan de politie afgezegd. Om te relativeren hebben we met het gezin Naked Gun gekeken. Lachen blijkt misschien wel de beste remedie.

Hoe verder?

Ik probeer zoveel mogelijk hun angsten te dempen. Ik krijg de feiten uit het NOS Journaal wel mee van hun. Ook voor mij is de grens tussen realiteit en fictie niet altijd duidelijk. Ik probeer zo nuchter mogelijk te reageren. Als iemand goeie adviezen heeft: ik hou me aanbevolen!

Prettig was dat op mijn tweet hoe om te gaan met dit soort gebeurtenissen het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie mij een link stuurde van tips van een psychiatrisch behandelcentrum. Daar heb ik echt wat aan gehad!

Miek Wijnbergen About Miek Wijnbergen

moeder van 2 zonen (gediagnosticeerd autisme en LVB, oudste ook ADHD) | lezer van (Scandinavische!) detectives & thrillers | actief voor Platform Verontruste Ouders en Transitie Jeugdzorg Ouders | altijd in voor lekker eten, terrasje, film en theater | actief SP-lid (zorg en welzijn) | houdt van fietsen en wandelen

Reageren