Over kinderen, hun psychische problemen, hun ouders en hun behandelaars.

Veiligheidsrisico’s van e-health nog vaak onderschat

De belofte van e-health is groot: meer patiënten behandelen in minder tijd en tegen lagere kosten. Maar uit recent onderzoek van het Nictiz, het expertisecentrum voor standaardisatie en e-health, blijkt dat de veiligheid bij het toepassen van e-health-technologie vaak sterk te wensen overlaat. 

Op 6 november 2015 heeft Nictiz de whitepaper ‘Veilig omgaan met e-health – dit zeggen de experts’ uitgebracht. Het kwalitatieve onderzoek geeft feilloos aan waar de zwakke punten van e-health liggen. Je zou het onderzoek een tussenstand kunnen noemen van het toepassen van e-health vanaf februari 2011. Op die datum is immers de norm (NEN 8028) uitgekomen die, simpel vertaald, richtlijnen bevat voor het op een veilige manier toepassen van e-health-technologie in de zorg.

Goede afspraken

Uiteraard brengt het gebruiken van e-health-technologie risico’s met zich mee. De geïnterviewde personen constateren echter dat de grootste risico’s liggen op het terrein van tekortkomingen in de afspraken over wie wat doet en waarvoor verantwoordelijk is, en niet zozeer in de techniek. Personenalarmering kan bijvoorbeeld technisch perfect werken, maar uiteindelijk gaat het erom dat de gekwalificeerde persoon op het juiste moment bij de patiënt komt. Volgens de eisen van QAEH (de erkenningsregeling voor bedrijven die e-health toepassen) is daarom een risico-inventarisatie vereist. En veel bedrijven hebben de risico’s niet goed in kaart gebracht. Ook blijkt tijdens audits regelmatig dat er in de zorgketen hiaten zitten in de gemaakte afspraken. Het gaat dan bijvoorbeeld om wie de instructies aan de patiënt geeft of wie verantwoordelijk is voor het onderhoud van de apparatuur.

Inschatting van patiënten

Een voordeel van e-health is dat het zeer geschikt is voor zelfmanagement. Bij zelfmanagement voert de patiënt zelf de regie over het leven met zijn of haar ziekte. Voorwaarde is wel dat de patiënt kan omgaan met de e-health-technologie, niet iedereen bezit dat vermogen. Zowel uit het kwalitatieve onderzoek als uit de audits van QAEH blijkt dat het formuleren van en toetsen op de zogenaamde in- en exclusiecriteria zeer belangrijk zijn. Het blijkt dat er niet voor iedere patiënt een passende oplossing is. Ook is het zeer belangrijk dat patiënten goede uitleg krijgen over wat ze kunnen verwachten. Zo werkt bijvoorbeeld beeldzorg voor een patiënt met zeer slecht zicht simpelweg niet goed.

Aan de veiligheid van het gebruik van e-health stelt de overheid echter geen specifieke wettelijke eisen. En dit kan leiden tot gevaarlijke situaties.

Moeten we ons zorgen maken?

Regelmatig verschijnen er diverse nieuwe gezondheids-apps en wordt e-health steeds gangbaarder. Dankzij deze vaak innovatieve toepassingen zien we op bepaalde terreinen al een verbetering van kwaliteit van de zorg, zoals bijvoorbeeld in de diabeteszorg. Aan de veiligheid van het gebruik van e-health stelt de overheid echter geen specifieke wettelijke eisen. En dit kan leiden tot gevaarlijke situaties. Het is daarom goed dat er een initiatief is om de veiligheid van e-health te borgen. QAEH beheert erkenningsregelingen op basis van de NEN 8028 voor het toepassen van e-health. Dit gebeurt in samenwerking met onder andere WDTM (de brancheorganisatie waarin diverse partijen samenwerken om het gebruik en de inzet van woonzorgtechnologie te bevorderen). Voor WDTM beheert QAEH het Ketenkeurmerk Woonzorgtechnologie dat in Europees verband geldt als een toonaangevend voorbeeld. In juli 2011 stelt Zorgverzekeraars Nederland in de ‘Inkoopgids e-health bij chronisch hartfalen en diabetes mellitus’ al dat zij het toepassen van de kwaliteitseisen van deze norm adviseren maar niet dwingend voorschrijven. We zijn nu meer dan vier jaar verder, maar het aantal bedrijven dat hier aantoonbaar aan voldoet is bedroevend laag.

Het is duidelijk dat we er met de e-health-technologie alleen niet zijn. We moeten er ook voor zorgen dat we e-health veilig toepassen.

René Ungerer Over René Ungerer

directeur van Stichting QAEH | een van de initiatiefnemers van het toetsbaar maken van de NEN 8028 norm naar het QAEH erkenningsschema | leidt een team van auditors als directeur van het Centrum voor Certificatie voor zowel QAEH als de SEMH

Reageren