Over kinderen, hun psychische problemen, hun ouders en hun behandelaars.

Nutteloze wetenschap?

Mede-auteurs: Martine van Dongen-Boomsma, Wouter Groen, Rik Knipschild, Iris Servatius, Janne Visser, Marieke Zwaanswijk

Bestaat er zoiets als nutteloze wetenschap? Daar zijn de meningen over verdeeld. Er bestaan wel heuse competities voor het meest nutteloze onderzoek, zoals bijvoorbeeld de IG-Nobelprijzen. Maar bij nadere inspectie blijken uitverkoren onderzoeken eerder grappig of schunnig dan echt nutteloos. De kernvraag is: wanneer is onderzoek nutteloos? Is het nutteloos om iets aan te tonen wat al aangetoond is? De meeste wetenschappers vinden dit juist een kerntaak van de wetenschap. Dit speelt bijvoorbeeld in wetenschappelijk onderzoek naar de erfelijke factoren die psychiatrische ziektes veroorzaken. 

secretary-338561_1280Een hele reeks aan spectaculair aangeprezen onderzoeksresultaten in dit veld bleken bij nader inzien niet nogmaals aantoonbaar. Of neem interventiestudies in de medische wetenschap. Ook hier is het herhaaldelijk aantonen van een effect essentieel voordat de behandeling onderdeel van de richtlijnen kan worden en van invloed is op het welzijn van miljoenen mensen. Kortom, aantonen wat al eerder is aangetoond is doorgaans zeker niet nutteloos en leidt tot repliceerbare en betrouwbare conclusies.

Naar de bekende weg vragen?

Is het dan nutteloos om wetenschappelijk onderzoek te doen naar zaken die mensen eigenlijk al intuïtief weten? Neem bijvoorbeeld onderzoek naar de taalontwikkeling bij kinderen. Uitgaande van een gezonde ontwikkeling, zal iedere ouder beamen dat de woordenschat van hun kind aanzienlijk groeide tussen geboorte en het vierde levensjaar. Toch is het relevant om de snelheid en aard van de taalontwikkeling in kaart te brengen bij grote groepen kinderen. Zo wordt de normale variatie inzichtelijk, evenals de factoren die een vlotte taalontwikkeling stimuleren of juist remmen. Dit heeft tot gevolg dat wetenschappers vrij nauwkeurig kunnen vaststellen wanneer de taalontwikkeling niet-normaal verloopt en een kind behandeling nodig heeft. Kortom, wetenschappelijk onderzoek doen naar zaken die mensen intuïtief al weten is zeker geen nutteloos onderzoek, want het leidt veeleer tot aanvullende inzichten en het praktisch relevant maken van algemene kennis.

Verborgen wetenschap is nutteloze wetenschap

Nee, het échte nutteloze onderzoek is verborgen wetenschap: onderzoek dat het daglicht nooit aanschouwt. Methodologisch goed uitgevoerde studies die niet gepubliceerd worden, bijvoorbeeld omdat de resultaten niet spectaculair genoeg zijn. Er is vooral veel (terechte!) ophef ontstaan over medicatie-onderzoeken die niet gepubliceerd zijn (voorbeeld). Studies waarbij de resultaten niet in lijn zijn met de verwachtingen van de onderzoekers, de farmaceutische sponsor, de editor van een journal en/of de reviewers zijn veel moeilijker aan de man te brengen. Dit gebeurt zeker niet alleen bij medicatie-onderzoeken, maar op een grotere schaal. Hierdoor ontstaat een te eenzijdig beeld en is het soms lastig resultaten te publiceren die niet stroken met de algemene gewenste dan wel heersende opinie. Gelukkig is het gevaar voor deze eenzijdigheid al langere tijd bekend en zijn er ook speciale internationale tijdschriften in het leven geroepen die alleen maar onderzoeken met zogenaamde ‘0-bevindingen’ publiceren (i.e. uitblijven van de zo gehoopte spectaculaire effecten bij methodologisch goed uitgevoerde studies, voorbeeld).

Onderzoek alleen voor onderzoekers?

Is het gevaar dan geweken met het in het leven roepen van speciale journals voor 0-bevindingen? Of door het expliciet testen van een ‘publicatie-bias’? Nee, er is nog een andere, veel minder bekende vorm van verborgen wetenschap, maar met waarschijnlijk een even grote potentie om nutteloos te zijn. Namelijk: wetenschappelijk onderzoek dat in de ‘onderzoekswereld’ blijft hangen. Daarmee doelen we op onderzoek gepubliceerd in wetenschappelijke tijdschriften, gelezen door wetenschappers, maar zonder te leiden tot enige wezenlijke verandering in ‘de echte wereld’; de klinische praktijk. Veel onderzoeken worden uitgevoerd door onderzoekers. Zij presenteren de eerste resultaten doorgaans op congressen bijgewoond door … onderzoekers. De uiteindelijke bevindingen verschijnen veelal in tijdschriften gelezen door… onderzoekers. Deze tijdschriften zijn veelal alleen toegankelijk met een abonnement, welke doorgaans alleen onderzoeksinstituten hebben. Onderzoekers worden beloond voor publiceren in belangrijke onderzoekstijdschriften, maar niet tot nauwelijks voor publiceren in vrij toegankelijke tijdschriften met minder status. Laat het nou juist dit soort tijdschriften zijn die behandelaren veel vaker lezen. De meeste onderzoekers zijn geen behandelaren en vice versa.

Klinische opbrengst van onderzoek is veelal verwaarloosbaar

Het rendement van veel wetenschappelijk onderzoek is op deze manier schrikbarend laag: onderzoeksresultaten bereiken in veel gevallen simpelweg niet de mensen om wie het eigenlijk draait, namelijk de patiënten (via hun behandelaren). Dit is geen verwijt aan onderzoekers en ook niet aan behandelaren. Het is een simpele constatering van twee gescheiden werelden. Er zijn gelukkig uiteraard ook veel voorbeelden te noemen waar deze kloof is overbrugd, zoals opleidingen tot klinisch specialist waarbij behandeling en onderzoek gelijkwaardige en verenigde onderdelen zijn. Echter, in grote lijnen is deze kloof zichtbaar en voelbaar aanwezig en verklaart het de enorm vertraagde impact van wetenschappelijk onderzoek op betekenisvolle verbeteringen in de zorg voor patiënten.

Science in a sentence

Vanuit Karakter kinder- en jeugdpsychiatrie proberen we deze kloof te dichten. Dat doen we op verschillende manieren. Bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van een jaarlijkse Kennisbeurs voor het beste onderzoeksplan; iedere medewerker kan eraan meedoen. Ook participeren behandelaren in veel van onze onderzoeken. We onderzoeken of een innovatieve behandelvorm ook echt toegevoegde waarde heeft op bestaande behandelingen. Onderzoeker en behandelaar werken hierin samen of de onderzoeker werkt zelf ook als behandelaar. Kennis komt zo rechtstreeks terecht op de werkvloer en leidt tot daadwerkelijke veranderingen in informatieoverdracht aan – en behandeling van – patiënten.

De realiteit blijft echter dat de meeste behandelaren geen gelegenheid hebben om op de hoogte te blijven van nieuwe wetenschappelijke resultaten. Karakter is daarom een pilot gestart om te zorgen dat onderzoek geen exclusief gebeuren voor onderzoekers blijft, maar terecht komt bij ieder die er belang bij heeft, namelijk patiënten, hun ouders en hun behandelaren. We vatten hoogwaardig wetenschappelijk onderzoek op het gebied van kinder- en jeugdpsychiatrie tot de kern samen: Science in a Sentence. Eén zin kan efficiënt en laagdrempelig een enorme hoeveelheid informatie overbrengen en zo het nut van onderzoek vergroten. Wilt u meelezen? Volg ons dan via Twitter op #ScienceInASentence.

Nanda Lambregts-Rommelse Over Nanda Lambregts-Rommelse

universitair hoofddocent afdeling Psychiatrie Radboud UMC | gz-psycholoog in opleiding Karakter kinder- en jeugdpsychiatrie | moeder van 3 jonge kinderen | coördinator wetenschappelijk onderzoek Karakter | aspiring Principal Investigator Donders Instituut | hoopt al 5 jaar tevergeefs op een ochtend uitslapen

Reacties

  1. Otto t., psycholoog zegt:

    Wat een goed initiatief!! Die science in a sentence bevat echt klinisch nuttige info, gebaseerd op gedegen onderzoek. Ik blijf dit volgen!

Reageren