Over kinderen, hun psychische problemen, hun ouders en hun behandelaars.

“Je lijkt wel een ambtenaar…”

Ik hou van autorijden. Op mooie wegen. En liefst harder dan eigenlijk mag. Ik heb het besproken in mijn leertherapie. Het heeft niet geholpen. Hoeft ook niet. Ik kan altijd nog zeggen dat niets menselijks mij vreemd is. Afgelopen zomer. Vakantie. Genoten van bochtige wegen, het terugschakelen, de toeren van de motor en mijn automoment. En dan, uit het niets: de motor viel stil. Alles wat op het dashboard kon branden lichtte op. Foutmeldingen op het display. Mijn trots, die ik uit zorg vaak met de hand in de wax zet, liet mij in de steek. Zonder genade. En ‘die’ van mij zou mij altijd thuisbrengen. Ik vertelde het iedereen. Alleen als kind heb ik mij weleens zo beteuterd gevoeld toen hij door de sleepdienst werd opgeladen. Mijn supervisor vroeg naar mijn vakantie. Ik biechtte op dat mijn budget voor de auto er voor dit jaar in één keer door heen was gegaan. Mijn supervisor moest lachen; ‘ik leek wel een ambtenaar’. De ambtenaar doet met de geestelijke gezondheidszorg voor kinderen en jongeren namelijk net zoiets.

Complexe zorg

dashboardMijn werkplek onderscheidt zich als specialistische zorgaanbieder. De problematiek waar kinderen, jongeren en hun gezinnen mee worden geconfronteerd is complex. Voor de start van mijn opleiding had ik mij bedacht dat door ervaring, supervisies en onderwijs het werk mij gemakkelijker zou afgaan. Maar tijdens mijn opleidingsperiode vind ik mijn werk alleen maar ingewikkelder geworden. Toch denk ik dat de mensen en de psychiatrische problematiek waarmee ik werk niet zoveel veranderd zijn. De omstandigheden, die zijn wel veranderd. En ze blijven veranderen. En worden er niet beter op.

Werkzame jaren en onbevangenheid

Ik was een jaar of vier werkzaam in de geestelijke gezondheidszorg voor de jeugd toen ik voor het eerst van ‘de transitie’ hoorde. Ik was vooral nog bezig het vak van psycholoog te leren. Misschien komt het daar wel door dat ik ‘de transitie’ als iets op afstand ervoer. Als iets voor de grote heren beleidsmakers en bestuurders. En ik denk dat dit heeft gemaakt dat ik de transitie relatief onbevangen tegemoetzag. Ik zag eigenlijk ook wel wat in de toegezegde verbeteringen waar Martin van Rijn over sprak. Betere bereikbare zorg en zorg op maat bijvoorbeeld. Achteraf zou je het naïef kunnen noemen. De gevolgen van de transitie. Ik merk ze iedere dag. Het maakt mijn werk moeilijker. Soms veel moeilijker.

Wat is specialisme?

Door de transitie is een scherpe scheidslijn gekomen tussen de ‘basis-ggz’ en de ‘specialistische ggz’. De ambtenaar bepaalt nu voor welk type problematiek en bij welke zorgaanbieder hij zijn beschikbare budget aanbesteedt. Dit maakt dat specialistische zorg zichzelf aan de ambtenaar moet verkopen. Het schept hooggespannen verwachtingen. Wij, de specialisten moeten de problematiek oplossen. En snel. Wij hebben onszelf immers verkocht als specialist. Een jaar zorg klinkt dan al gauw alsof er maar wat wordt aangeprutst. Dan kan de buurvrouw aan de keukentafel net zo goed een poging wagen. En zij kost de ambtenaar geen geld. Zorg moet kort duren. Het budget van de ambtenaar laat niet anders toe. Ook ouders verwachten snel resultaat. Zij zijn immers verwezen naar de specialist.

Wat is nog rekbaar?

Maar juist waar het complex is, bestaat er geen pasklaar antwoord. Als het zo simpel was, dan hàd buurvrouw het wel opgelost. De ambtenaar wil dat ik ‘even’ een specialistisch behandelproces opstart. En dat ik het daarna kan overdragen aan goedkopere zorg. Dit staat haaks op waarom een specialistisch behandelproces nodig is. De ruimte die behandelaren kunnen nemen in hun diagnostiek en behandeling wordt steeds meer ingeperkt. Er is geen geld en dus geen tijd meer voor. Caseloads lopen over. In de weekenden kun je dan mail bijwerken, bijlezen, voorbereiden en werken aan onderzoek. Het is normaal geworden. Collega’s zijn op zaterdagochtend vaak beter te bereiken dan doordeweeks. Ik vraag me af wanneer de rek eruit is. De ambtenaar ziet in ieder geval voorlopig nog voldoende rek in het beperken van de budgetten.

De ambtenaar en zijn budgetten

Van een kleine gemeente waren in 2013 een tweetal kinderen bij ons in zorg. Een van de kinderen was getraumatiseerd na een medische ingreep. Het andere kind kwam voor controle van zijn medicatie bij de kinderpsychiater. De trajecten waren relatief kort. De kosten bedroegen ongeveer 1000 euro in totaal. In 2015 werd een kind uit diezelfde gemeente acuut opgenomen. Het kind was ernstig suïcidaal. Meerdere crisisopnamen volgde. Zorgkosten bedroegen voor de kinderen uit die gemeente dat jaar 85.000 euro. De ambtenaar stelt voor 2016 zijn maximale budget vast op 10.000 euro.

Zou de ambtenaar wat van mij kunnen leren?

Inmiddels geloof ik wat minder naïef te zijn geworden. Ik leg nu maandelijks maar wat opzij voor het geval weer een keer ik zoiets als de krukassensor moet laten vervangen. Er schijnen nogal wat sensors in die motor te zitten. En dan is er nog de automaat. De remschijven. De uitlaat. Het alarm doet het tegenwoordig ook al niet meer. Ook heb ik mijn lidmaatschap bij de ANWB uitgebreid naar de Buitenlandservice. Met alle leden van de ANWB betalen we samen voor de enkeling die de pech heeft dat zijn auto hem of haar op vakantie in de steek laat. Zorgverzekeraars werken ook op deze manier. Misschien kan de ambtenaar hier zijn gedachten eens over laten gaan? Misschien helpt het te voorkomen dat de ambtenaar wat beteuterd toe staat te kijken wanneer er geen geld meer is voor noodzakelijke zorg?

En kunnen Martin en de plaatselijke politicus nog wat leren?

Op ons symposium ‘Curium 60 jaar’ vertelde Mona Keizer onlangs dat zij Martin van Rijn ging aanspreken. Martin gaat immers zo prat op het recht op zorg. Zij zou hem vragen wat dit recht waard is als gemeenten geen toereikende budgetten toekennen. Voor Martin is dit blijkbaar een complex vraagstuk. Het probleem duurt immers al een tijdje voort. Als hij nu eens beleid zou maken op het gegeven dat ingewikkelde dingen tijd kosten, dan is dat in ieder geval iets. En wanneer een plaatselijk politicus ook nog eens op bezoek komt en dan niet meer geïnteresseerd informeert of de meiden van een unit voor eetstoornissen het eten goed vinden; ook dan zijn we al weer een stukje verder.

Met dank aan Bart Siebelink (klinisch psycholoog) voor het meelezen en Maartje Rhebergen- Mabesoone (sociotherapeute Curium-LUMC) voor de inspiratie voor deze blog.

Teije Koopmans Over Teije Koopmans

gz-psycholoog in opleiding tot klinisch psycholoog bij Curium-LUMC | pianodocent | muziekliefhebber | actief lid NVGzP | enthousiast autopoetser

Reacties

  1. een goede typering van de bestaande werkelijkheid na transitie en zichtbaar op alle gebieden van hulpverlening ook ouderenzorg bijvoorbeeld

  2. Teije Koopmans Teije Koopmans zegt:

    Dag Menno,

    Dank je voor je reactie. En ik voel dat inderdaad ook. Het is zo ongelooflijk ingewikkeld om uit te leggen wat het vak inhoudt aan ambtenaren die hier geen verdere achtergrond in hebben maar wel de bezuinigingen afdwingen. Ik zie mijn blogs maar als een bescheiden poging daartoe. En waarvan ik alleen maar kan hopen dat een ambtenaar dit een keer leest en dat het aanleiding kan zijn om verder over in gesprek te gaan. Mochten nieuwe intiatieven ontstaan hierin; ik doe daar graag aan mee.

  3. Menno Oosterhoff Menno Oosterhoff zegt:

    Dit jaar was nog voor een deel een voortzetting van vorig jaar, maar ik vrees vooral voor de toekomst. Wat ik om me heen hoor en zie stemt niet vrolijk. De kwaliteit van de jeugdGGZ kan een enorm eind dalen zonder dat de gevolgen daarvan goed zichtbaar te maken zijn, Die negatieve gevolgen zijn er wel, maar niet zodanig dat je er druk mee kunt uitoefenen, dus kan de afbraak van de jeugdggz ongehinderd doorgaan. Latenw e hopen dat ik het te somber zie of dat de wal het schip keert.

Reageren