Over kinderen, hun psychische problemen, hun ouders en hun behandelaars.

Onafgemaakte behandelingen in de jeugd-ggz

Als een kind of adolescent in behandeling komt bij de jeugd-ggz is dat vaak de uitkomst van een intensief en pijnlijk proces. Ouders moeten zich realiseren dat er hulp nodig is voor de eigenaardigheden of moeilijkheden van hun kind. En het kind natuurlijk ook. Je zou dan ook verwachten dat iedereen er alles aan doet om de behandeling tot een goed einde te brengen. Het blijkt echter dat de behandeling heel vaak niet volgens plan wordt afgemaakt.

VingervervenHet proefschrift van Anna de Haan bevat een hoofdstuk met een overzicht van alle onderzoeken naar het voortijdig beëindigen (drop-out) van behandelingen in de kinder- en jeugdpsychiatrie. Op basis van een groot aantal internationale studies komt zij tot de conclusie dat een kwart tot driekwart van de behandelingen eerder beëindigd wordt dan de behandelaar wenselijk acht. De vraag is hoe dat komt en of we dit kunnen voorkomen.

Hoe erg is drop-out?

Een behandeling in de jeugd-ggz heeft tot doel de problemen op te lossen, of in ieder geval dragelijk te maken. Psychische problemen in de kindertijd, zeker als die niet behandeld worden, kunnen in het latere leven een ernstige belemmering vormen. Daarom is het belangrijk  ze vroeg te onderkennen en behandelen. Het kan gebeuren dat ouders en/of kinderen besluiten om met de behandeling te stoppen omdat ze vinden dat ze het zelf wel weer redden en dat het daarna ook werkelijk goed met ze gaat. Maar over het algemeen mogen we aannemen dat drop-out op langere termijn voor veel individuele en maatschappelijke schade zorgt.

Waardoor wordt drop-out veroorzaakt?

Een aantal dingen blijkt de kans op drop-out groter te maken. De meeste daarvan zijn onveranderbaar. Zo blijkt drop-out vaker voor te komen bij kinderen van ouder(s) met een laag inkomen, bij kinderen uit etnische minderheidsgroepen, kinderen uit een éénoudergezin of kinderen met gedragsproblemen. Dat zijn allemaal dingen waar niet zoveel aan te veranderen is. Het kan echter wel helpen als behandelaars zich bewust zijn dat het risico op drop out dan een stuk groter is. Ook het aantal afspraken waar de cliënt niet komt opdagen blijkt een goede voorspeller voor drop-out. Behandelaar moeten het niet nakomen van afspraken daarom dus erg serieus nemen.

Alles (nou ja, bijna alles) draait om de relatie?

Uit de onderzoeken naar de therapeutische relatie (dus zeg maar of het klikt tussen de behandelaar en de cliënt) blijkt dit de belangrijkste factor voor het slagen van een behandeling. Als de cliënt en of de ouders de therapie niet belangrijk vinden, of de therapeut niet zien zitten, is het risico op drop-out groot. Waarschijnlijk is het mogelijk om drop-out te voorkomen door dit te bespreken. Behandelaars zouden regelmatig kunnen vragen of de behandeling nog is wat de cliënten er van verwachten. Cliënten en hun ouders die dit lezen moeten het zeggen als dingen niet zo lopen als ze willen. Succes niet verzekerd, maar alles wijst er wel op dat dit de kans op een succesvolle behandeling verhoogt.

Albert Boon Over Albert Boon

vroeger speelgoedwinkelier, nu psycholoog | twee zonen (1996 & 1998) | onderzoeker in de K&J psychiatrie (De Jutters, Lucertis en Curium) | liefhebber van moderne muziek: Hazes, Radiohead, ...

Reacties

  1. Jacqueline van der Made zegt:

    Timing en dosering.

  2. Albert Boon Albert Boon zegt:

    Ik denk ook dat de transformatie van de jeugdzorg kansen biedt. Als onderzoeker zou ik er dan ook voor willen pleiten dat er goed onderzoek gedaan wordt naar bijvoorbeeld dropout (en ik kan nog wel meer dingen verzinnen). In principe zouden we met een integrale aanpak moeten kunnen voorkomen dat cliënten die een grote kans maken om de behandeling niet af te maken, dat wel gaan doen. Maar cijfers om dat te evalueren zullen er waarschijnlijk voorlopig niet zijn.

  3. miek wijnbergen miek wijnbergen zegt:

    Een van de mogelijkheden door de transities/transformaties is een integrale aanpak. Heel vaak blijkt dat in een gezin meerd’ere problemen spelen. U noemde zelf al risico’s als een eenoudergezin of ook een heel belangrijke: schuldenproblematiek, werkloosheid. Ik pleit er dan ook voor dat er een integrale behandeling komt waarbij alle problemen rond en in het gezin worden aangepakt en waarbij de verschillende partijen aan een tafel komen. Een manier om ouders meer te betrekken is bijv. een eigen kracht conferentie. Daarbij kan de hulpvrager goed aangeven waar behoefte aan is en kan informatie van diverse disciplines gedeeld worden, waarna de hulpvrager samen met het netwerk een plan voor de toekomst kan maken. Juist het betrekken van het netwerk kan belangrijk zijn voor het welslagen van de behandeling.

Reageren