Over kinderen, hun psychische problemen, hun ouders en hun behandelaars.

Het hinderlijke mechanisme bij hulp vragen: acceptatie

‘Ik kan dit wel alleen!’, ‘Ik wil gewoon mezelf zijn’, ‘Als jij het bedenkt doe ik het toch niet!’. Dit zijn zinnen die ik regelmatig opvang in mijn omgeving, zowel op mijn werk als daarbuiten. Het is een alledaags fenomeen; mensen die zelf hun problemen willen oplossen, zo zelfstandig mogelijk willen zijn. In deze blog ga ik op onderzoek uit om deze menselijke drang te verklaren en de gevolgen in kaart te brengen. En natuurlijk het belangrijkste, hoe ga je er mee om? Een tipje van de sluier: acceptatie door middel van kennis en ervaring.
TotteHet is vast voor velen herkenbaar, de discussie met grootouders over het wonen in een verzorgingstehuis, met als kernthema zelfstandigheid. Ook in mijn familie kwam dit ter sprake. Dit riep bij mij de vraag op: waarom zijn ouderen zo bang om naar een verzorgingstehuis te gaan? Eigenlijk lijkt dit heel simpel te verklaren. Vaak hebben ouderen hun hele leven voor anderen én zichzelf gezorgd. Ze zijn zelfstandig en zijn bang om dit kwijt te raken en de controle te verliezen. Daarbij willen ze niet ‘wegkwijnen’ in een verzorgingstehuis waar men niets meer zelf mag doen. Angst speelt in dit proces een grote rol. Maar niet alleen grootouders vertonen de signalen van angst om zelfstandigheid te verliezen. Ik zie het ook in de hulpverlening waar er regelmatig sprake is van uitspraken als ‘Ik kan dit zelf wel’.

Wat maakt vragen om hulp zo moeilijk?

Onderzoek van Culp, Clyman & Culp (1995) stelde dat 49% van de onderzochte leerlingen met depressieve symptomen niet om hulp vroeg en 68% er van overtuigd was dat ze hun problemen zelfstandig moesten oplossen. Wat zou hier achter kunnen zitten? Dat het te maken heeft met angst lijkt een sterk gegeven. Dit kan aan de ene kant angst zijn voor wat andere mensen van je denken of angst voor wat er gebeurt als je hulp vraagt. Aan de andere kant kan het ook een angst zijn voor bevestiging van een diagnose of een beperking. Hieruit komt de gedachte ‘ik moet het zelf kunnen’ voort. Want heb je, als je hulp accepteert, niet direct uitgesproken dat je het niet alleen kan en dus echt wel anders of afwijkend bent? Het kernwoord in de situatie van zowel grootouders als psychologische patiënten ligt voornamelijk in acceptatie. Acceptatie van een mogelijke diagnose, acceptatie van iets niet kunnen, acceptatie van jezelf.

Acceptatie: hoe werkt het?

Mensen die een diagnose, een beperking, of simpelweg een probleem niet kunnen accepteren, worden beïnvloed door vele factoren; een negatieve kijk op de situatie, angst voor stigmatisering, schaamtegevoelens, twijfels, angst. Voor ieder mens kan er een andere reden, of combinatie van redenen, aan ten grondslag liggen. Men stelt wel dat acceptatie voor iedereen in fases verloopt. Kubler-Ross bedacht een vijf fasen model voor rouwverwerking: Ontkenning – Woede – Onderhandeling – Depressie – Acceptatie. In enig opzicht is er een overeenkomst te bedenken met het menselijke acceptatieproces van overige problemen; van ontkenning, tot er tegen vechten, tot zich erin berusten en een keuze maken. Hoe lang dit proces duurt, is niet vast te stellen. Iedereen doet dit op zijn eigen tempo, op zijn eigen manier en niet allemaal volgens een vast stramien. Maar het niet kunnen accepteren van een probleem, diagnose of jezelf kan verstrekkende gevolgen hebben. Zo stelt Lieshout (2002) dat acceptatie belangrijk is, omdat interventies pas zin hebben wanneer een persoon zijn problemen kent en leert accepteren. Hulpverlening kan zijn waarde verliezen wanneer de cliënt, patiënt of het familielid niet inziet dat er een probleem is en bereid is hier aan te werken. Het voelt dan als hulpverlener als trekken aan een dood paard en daar zijn beide partijen niet mee geholpen. In de vrij nieuwe vorm van gedragstherapie, ‘Acceptance and commitment therapy’, is hier veel oog voor. Men tracht, in tegenstelling tot andere cognitieve therapieën, niet je gedachten te veranderen. Men focust op het kunnen accepteren van hoe een situatie is en hierbij draait het om neutraliteit en positiviteit.

Omgaan met acceptatieproblemen

Het is niet altijd makkelijk om als familielid of hulpverlener te ervaren dat iemand geen hulp wil en dat je je moet neerleggen bij de keuze van de betreffende persoon. De onmacht hierbij voelt vervelend en soms onterecht. Ondanks dat het moeilijk kan zijn dat je het ‘mis’ ziet gaan, is het belangrijk om iedereen de kans te geven om te ontdekken en zelf fouten te maken. Maar je staat niet helemaal buitenspel. Er is wel degelijk iets wat je kunt doen: kennis geven. Het geven van kennis is cruciaal voor iemand om tot acceptatie te komen. Kennisoverdracht kan op verschillende manieren. Vaak denkt men in het geval van psychologische hulpverlening en diagnostische trajecten direct aan psycho-educatie, een vorm van voorlichting over het probleem of de diagnose. Vaak gebeurt dit in de vorm van kennisoverdracht van de professional (of wetende) op de cliënt of patiënt (de onwetende). Het Autisme Kennis Centrum in Utrecht heeft onlangs een artikel gepubliceerd dat de effectiviteit van psycho-educatie voor mensen met autisme onder de loep legde. Uit hun onderzoek bleek dat de ondervraagden met een diagnose bibliotherapie (lezen over de problematiek) als meer helpend ervoeren. Dit is een interessant gegeven, want het opent deuren naar nieuwe manieren van kennisoverdracht waarbij de oude leerling-meesterverhouding niet van toepassing is. Dit geeft meer vrijheid en ruimte. En dat is precies wat mensen nodig hebben. Iedereen wil zelf even de tijd en ruimte krijgen om te ontdekken wat ze denken, voelen en willen. Natuurlijk moeten hulpverleners altijd signaleren en ook ingrijpen wanneer de situatie te risicovol wordt. Ook dat kan op verschillende manieren. Ga niet opdragen wat er moet gebeuren, maar sluit aan bij de kennis over het bedenken van oplossingen die mensen zelf al hebben. Probeer mensen uit te dagen, maar hierin wel een balans te vinden, zodat er een veilige situatie gewaarborgd blijft. Maar bovenal, geef tijd. Of je nu hulpverlener of familielid bent.


Referenties:

  • Culp, A.M., Clyman, M.M., Culp, R.E. (1995). Adolescent depressed mood, reports of suicide attempts, and asking for help. Vol 30 (120), 827-837
  • Lieshout, T. v. (2002). Pedagogische adviezen voor speciale kinderen. Houten: Uitgeverij Bohn Stafleu van Loghum.
  • Spek, A.A. & Boxhoorn, G.M. (2014). Acceptatie van de diagnose ASS en de rol van psycho-educatie daarbij. Wetenschappelijk tijdschrift autisme. Vol 4, 114-120
  • Timetoact.nl

 

Audrey Totté Over Audrey Totté

orthopedagoog met ambitie | reisfanaat | sporten | autismedeskundige | houdt van uitdagingen | psychodiagnosticus | levensgenieter | brede interesse voor zorggerelateerde zaken

Reacties

  1. Joke van der loos Blommaert zegt:

    Zo herkenbaar ,mooi en duidelijk

  2. miek wijnbergen miek wijnbergen zegt:

    Voor mij heeft het te maken met eigen regie. Ik ben bang dat mij mijn eigen regie ontnomen wordt als ik hulp vraag en dat is soms ook wat hulpverleners doen. En als je redelijk zelfstandig bent en goed lijkt te functioneren met je autisme zeggen hulpverleners: nou u redt zich wel. Maar dat is een grote valkuil.

Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten