Over kinderen, hun psychische problemen, hun ouders en hun behandelaars.

Bewustzijn en kennis van eigen voorkeuren en verwachtingen helpen bij het verbeteren van schoolprestaties

Natuurlijk willen we allemaal graag die persoon zijn die nooit oordeelt over anderen of te hoge verwachtingen heeft. Helaas is dit niet de realiteit. Iedereen heeft voorkeuren en verwachtingen. Met het oog op passend onderwijs is het belangrijk om hierbij stil te staan. Voorkeuren en verwachtingen hebben namelijk wel degelijk effect op de schoolprestaties van kinderen. Het is de taak van de docenten om hier adequaat mee om te gaan.

Verwachtingen over leerlingen: Joost vs. Joris

5Kinderen-samen-schoolbankOnlangs heb ik een webinar gevolgd over Drukke, Dwarse en Dromerige leerlingen. Hierin werd een vraag voorgelegd: “Welke van de onderstaande leerlingen zou jij in de klas nemen met het oog op passend onderwijs?”
Joost: heeft ADHD; is hyperactief; heeft ODD; gaat discussies aan; heeft ruzies in pauzes; zijn ouders zijn erg druk en komen niet op besprekingen op school.
Joris: een energieke enthousiaste jongen; heeft behoefte aan autonomie; een leerkracht nodig die gedragsregels consistent hanteert; houdt van korte opdrachten met beweging tussendoor; houdt van toezicht in de pauze; heeft betrokken ouders die beiden werken, ouders hebben vaak een herinnering nodig, maar komen dan wel op afspraken op school.
Wat is uw eerste ingeving? Gaat u voor de tamelijk uitdagende Joost, of voor de meer benaderbare Joris? Er is geen fout antwoord.

Voorkeuren zijn onvermijdelijk

In principe hoeven we natuurlijk überhaupt geen keuze te maken tussen twee leerlingen, want hebben niet alle kinderen recht op passend onderwijs? Maar hoe je het wendt of keert, mogelijk onbewuste voorkeuren vanuit docenten, studieloopbaanbegeleiders, orthopedagogen of andere professionals zijn er altijd. Het is menselijk om voorkeuren te hebben en hierbij horen bepaalde verwachtingen. Zo zullen veel leerkrachten waarschijnlijk de voorkeur hebben om Joris in plaats van Joost in de klas te hebben, omdat de verwachting is dat Joris succesvoller zal zijn en beter hanteerbaar. Dit betekent niet dat iedereen standaard handelt naar zijn voorkeuren en verwachtingen, maar we kunnen er niet om heen dat er een voorkeur is. Koos u voor Joris of toch voor Joost?

Activeren van voorkeuren

Laat ik dan verklappen dat de lezer misleid is in dit voorbeeld. Hoe? Joost en Joris zijn dezelfde leerling! Lees het voorbeeld nog maar eens maar nu met dit in uw achterhoofd: de omschrijving van Joost is vanuit een negatief perspectief beschreven, terwijl de omschrijving van Joris veel meer is gericht op positieve eigenschappen. Dit soort factoren dragen bij aan het activeren van een onderliggende voorkeur van een zorgverlener. Het voorbeeld laat zien hoe sterk en makkelijk mensen zich kunnen laten afleiden door routinematige gedragspatronen en denkwijzen.

Het effect van voorkeuren en verwachtingen op leerlingen

Het is belangrijk om stil te staan bij de voorkeuren en verwachtingen die we als mens kunnen hebben. Want ook al kunnen we verklaren dat het menselijk is dat we ze hebben, er bestaat nog steeds een kans op negatieve effecten voor een leerling, patiënt of cliënt. Uit onderzoek van Van den Bergh, Denessen, Voeten, Hornstra & Holland (2010) is namelijk gebleken dat verwachtingen van leerkrachten invloed kunnen hebben op academische prestaties. Dit onderzoek werd gedaan in relatie tot afkomst. Uit een ander onderzoek bleek dat verwachtingen van leerkrachten de prestaties van leerlingen met dyslexie kunnen beïnvloeden (Hornstra, Denessen, Bakker, Van den Bergh & Voeten, 2010). Bepaalde attitudes van leerkrachten liggen namelijk ten grondslag aan de verwachtingen en hebben indirect effect op prestaties van leerlingen. Deze en andere onderzoeken leren ons dat leerkrachten op grond van hun verwachtingen over leerlingen hun aanpak en werkwijze baseren. Of het nu gaat over een verwachting afgaande op geslacht, leeftijd, etniciteit of een diagnose, docenten hebben een belangrijke invloed op de vorming van het zelfbeeld. Als een leerkracht bijvoorbeeld verwacht dat een leerling met dyslexie minder goed zal presteren ten opzichte van de rest van de klas, kan een docent zijn lesmethoden en houding ten aanzien van die leerling aanpassen, met als gevolg dat de leerling zich anders voelt en minder gaat presteren. Dit geldt niet alleen voor leerkrachten, maar voor alle betrokkenen bij een leerling, patiënt of cliënt.

De realiteit – hoe ga je er mee om?

De vraag is nu wat men met dit gegeven kan doen. Hoe ga je als mens om met voorkeuren en verwachtingen? Een eerste stap hierin is bewustwording. Bewustwording van het feit dat iedereen voorkeuren en verwachtingen heeft en dus ook u. Ook al is het misschien niet direct duidelijk. Onderzoek doen naar eigen voorkeuren en verwachtingen kan vervolgens behulpzaam zijn in het omgaan met deze gedachten. Een interessant middel om dit te doen, is het afnemen van de impliciete associatietest (zie link onderaan deze post). Men kan hiermee associaties meten ten aanzien van gewicht, ras, geslacht, seksualiteit, huidskleur, afkomst en leeftijd. Natuurlijk kan men ook door gesprekken met collega’s of andere methoden achter je eigen voorkeuren komen.

Kennis is noodzakelijk

Met bewustwording alleen ben je er nog niet. Om daadwerkelijk om te kunnen gaan met je voorkeuren en verwachtingen is het ook belangrijk om kennis te hebben. In het passend onderwijs, waar sprake is van een heterogene groep kinderen (van rustig tot impulsief; van druk tot dromerig), is het daarom belangrijk om leerkrachten op te leiden. Leerkrachten kunnen kennis over bijvoorbeeld gedragsproblemen, afkomst of leerprobleem inzetten als gespreksonderwerp in de klas. Op deze manier kunnen leerkracht en leerlingen samenwerken om te zorgen dat iedereen objectiever kan kijken en eerlijke kansen krijgt. Kennis brengt begrip en inzicht. Dus verdiep je in een afkomst of diagnose van een leerling, toon interesse in de persoon. Dit zijn de sleutelwoorden om vervolgens tot actie te komen.
Als we nu nog even terug kijken naar de twee leerlingen, en in gedachten nemen wat we hierboven al hebben besproken. Wat zou dan nu uw antwoord zijn?


Referenties en links:
– Hornstra, L., Denessen, E., Bakker, J., Van den Bergh, L., & Voeten, M. (2010). Teacher Attitudes toward Dyslexia: Effects on Teacher Expectations and the Academic Achievement of Students with Dyslexia. Journal of Learning Disabilities, 43, 515-529.
– Van den Bergh, L., Denessen, E, Voeten, M, Hornstra, L., & Holland, R. (2010) The implicit prejudiced attitudes of teachers: Relations to teacher expectations and the ethnic achievement gap. American Educational Research Journal, 47, 497-527.
– Impliciete associatie test: https://implicit.harvard.edu/implicit/netherlands

Audrey Totté Over Audrey Totté

orthopedagoog met ambitie | reisfanaat | sporten | autismedeskundige | houdt van uitdagingen | psychodiagnosticus | levensgenieter | brede interesse voor zorggerelateerde zaken

Reacties

  1. Geweldig stuk

Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten