Over kinderen, hun psychische problemen, hun ouders en hun behandelaars.

All quiet, all well?

De transitie van de kinder- en jeugdpsychiatrie naar de gemeenten is twee maanden oud. Na een stroom aan eerst protesten en later zorgen lijkt het nu betrekkelijk stil aan het front. Betekent dit dat alles nu onverwacht goed gaat? Alle aandacht voor de transitie jeugdzorg vorig jaar heeft er toe geleid dat er inderdaad veel goed gaat. Maar er zijn ook nog wel veel zorgen en hoofdbrekens. Toch houden we moed!

De weken na 1 januari 2015

Op 1 januari 2015 draaide de Bascule, net als alle andere instellingen voor kinder- en jeugdpsychiatrie (KJP) nog gewoon door. De laatste weken van het oude jaar hebben we nog een piekje gehad van nieuwe verwijzingen van ouders en verwijzers. Die namen het zekere voor het onzekere in verband met het ‘overgangsrecht’. Dus we begonnen het jaar met een wachtlijst en bezette klinieken, dagbehandelingen en poliklinieken. De GZ-psychologen die hun werkzaamheden in de ouder- en kindteams (OKT’s) zouden gaan doen (zie mijn blog van oktober vorig jaar), zijn in de eerste weken van het nieuwe jaar gestart. Die teams worden gevormd, maar functioneren nog heel wisselend. In week 8 kregen we voor het eerst een verwijzing via een OKT binnen. Het vertrek van deze GZ-psychologen wordt in de achterblijvende teams gevoeld. Ineens is er minder capaciteit om de specialistische behandelingen te doen. Patiënten moesten worden overgenomen en sommigen hadden specifieke expertise die nu niet meer of minder gemakkelijk beschikbaar was. Toch zijn alle afdelingen goed door blijven draaien en hebben we voor de korte termijn de problemen opgelost. “So far, so good”, zou je denken. Maakten we ons onterecht druk?

Sommige zorgverzekeraars, die ons primair als een behandelinstelling voor kinderen zien, wilden ons aanvankelijk helemaal niet meer contracteren, uiteindelijk hebben we toch met alle zorgverzekeraars contracten kunnen sluiten.

Uitkomsten onderhandelingen en nieuwe reorganisatie

In mijn eerdere blogs van september vorig jaar en januari dit jaar gaf ik enkele zorgpunten die wij hadden. Het belangrijkste zorgpunt was gelegen in uitkomsten van de onderhandelingen met de gemeenten en de zorgverzekeraars. Die waren wisselend. Bij sommige gemeenten moesten we 10-20% volume in de specialistische GGZ inleveren en bij andere gemeenten hebben we het volume vrijwel kunnen behouden. Sommige zorgverzekeraars, die ons primair als een behandelinstelling voor kinderen zien, wilden ons aanvankelijk helemaal niet meer contracteren; uiteindelijk hebben we toch met alle zorgverzekeraars contracten kunnen sluiten voor jongeren van 18 jaar en ouder en voor het behandelen van ouders als de interactie met het kind een belangrijke factor is in de problematiek. Maar ook daar: kleinere volumes dan voorheen. Gelukkig konden we als academische instelling samen met de andere drie academische instellingen voor kinder- en jeugdpsychiatrie (Curium, Karakter en Accare) een landelijk transitiearrangement afsluiten met de VNG, waardoor we niet voor elke gemeente waaruit we in een jaar maar één of een paar patiënten behandelen een apart contract hoeven te sluiten.

Krimp in de specialistische KJP

Doordat we in Amsterdam ook nog GZ-psychologen in de OKT’s konden stationeren en we een kleine groei konden maken in de therapeutische gezinsverpleging (pleegzorg voor kinderen met ernstige psychiatrische problemen), kon de totale personele krimp van de Bascule beperkt blijven tot zo’n 25-30 fte. Nadat we vorig voorjaar al afscheid hadden moeten nemen van zo’n 90 fte aan medewerkers, is dit toch opnieuw een hard gelag. In combinatie met ook nog eens een verschuiving van ruim 18 fte naar de OKT’s, leidt dit tot krimp op bijna alle poliklinieken, forse krimp in de dagbehandelingen (zie ook mijn blog van januari) en het opnieuw sluiten van een klinische afdeling. We vervangen die gesloten klinische afdeling wel door een nieuwe gastvrije open afdeling voor jongeren die in intensief ambulante behandeltrajecten zitten bij de Bascule of haar samenwerkingspartners. Ze mogen als ze een “pre-crisis” zitten op eigen initiatief 24 uur op die afdeling komen, om te voorkomen dat de pre-crisis uitgroeit tot een echte crisis. Deze nieuwe afdeling openen we in april.

Kopzorgen en bureaucratie

Hiermee zijn we er nog niet. Ondertussen moeten we onze systemen gereed maken voor het bewaken van zo’n 20 afzonderlijke contracten. Voor elk contract geldt dat we overproductie én onderproductie moeten vermijden. Tussen de contracten met de verschillende gemeenten en zorgverzekeraars kunnen we niet onderling schuiven. En per contractpartner gelden soms verschillende verantwoordingseisen. We hebben onze administratieve onderdelen dus moeten versterken om dit allemaal te kunnen doen. Ook om zaken als woonplaatsbeginsel (waar woont de gezaghebbende ouder), facturatie naar gemeenten en het berichtenverkeer naar wijkteams ingeregeld te krijgen. In mijn blog van januari uitte ik mijn zorgen over het taxivervoer. Met de gemeenten zijn hiermee inmiddels voorlopige afspraken gemaakt. De VNG heeft een richtlijn opgesteld en alles duidt er op dat de gemeenten dit ook structureel gaan regelen. Daarover zijn we hoopvol, maar het is allemaal nog niet rond. De ouderbijdrage voor verblijf blijft ook een zorg. De staatssecretaris heeft aangegeven een onderzoek te gaan doen naar ongewenste effecten van die ouderbijdrage. Uit steeds meer gemeenten komen hoopgevende geluiden dat ze de inning willen uitstellen (of helemaal niet willen); soms voor alleen de dagbehandeling, maar soms ook voor alle ouderbijdragen. Tot het onderzoek gereed is blijft dit dus onzeker. Wij blijven die ouderbijdrage voor verblijf onrechtvaardig vinden, omdat die voor opnames in somatische ziekenhuizen niet geldt en omdat de aanname niet klopt dat ouders van kinderen die in een psychiatrisch ziekenhuis worden opgenomen lagere kosten zouden hebben.

Waar blijven de verwijzingen?

Onze grootste zorg is dat het aantal verwijzingen in de eerste twee maanden bijna de helft lager ligt dan in de eerste twee maanden van vorig jaar, terwijl de OKT’s nog op gang aan het komen zijn. Enerzijds vragen we ons af waar deze kinderen en jongeren nu blijven en of we straks niet ineens een hausse aan aanmeldingen krijgen die we dan niet snel genoeg kunnen verwerken. Anderzijds zien we het risico dat dit een voorteken is van een meer structurele forse daling in de instroom, wat het voortbestaan van de hele instelling in gevaar kan brengen. We weten eigenlijk nog niet welke kant dit op zal gaan.

Houd moed, houd moed, houd moed …

Net zoals ik in mijn eerste post van september vorig jaar aangaf, blijven we vertrouwen op onze kracht in het behandelen van ernstig zieke patiënten. We blijven er vanuit gaan dat de OKT’s voor deze patiënten uiteindelijk toch ons nodig zullen hebben en dat die verwijsstroom dus wel weer op gang zal komen. Ondertussen werken we er aan om de samenwerking met onze ketenpartners in de OKT’s, in de jeugzorg, de jeugd-lvb, het (speciaal) onderwijs en met de overige GGZ-partners nog meer te versterken. Zo werken we ook in deze barre tijd aan datgene waar de hele transitie jeugdzorg eigenlijk om gaat: het verbeteren van de zorg voor kinderen en jongeren met problemen. In het vertrouwen dat we voor de kinderen en jongeren met ernstige problemen een onmisbare rol vervullen, die ook onze ketenpartners en de gemeenten en zorgverzekeraars onderkennen.

Soms voelen we ons misschien als de baron van Münchhausen die zichzelf aan zijn haren uit het moeras omhoog trekt, maar we houden moed!

Wim Gorissen Over Wim Gorissen

directeur effectiviteit en vakmanschap bij het Nederlands Jeugdinstituut | roeier | sociaal-geneeskundige (arts M&G) | liefhebber van chocolade en van Latijns-Amerikaanse en klassieke muziek | getrouwd en twee volwassen kinderen

Reacties

  1. Avatar Wilma Harms zegt

    Kun je niet op de een of andere wijze onderzoeken waar de “gemiste kinderen” zijn gebleven? Is er bijv. in de gehele regio sprake van langere wachtlijsten of is er sprake van toename van zorg elders?? Ik vind dit ook heel zorgelijk. Lijkt me de moeite van het volgen waard. En eigenlijk zouden ouders/verzorgers andere betrokkenen, die met een ernstig ziek kind zitten, waarvoor ze nog geen adequate hulp ontvangen, zich ook uitgenodigd moeten voelen, dit te melden toch? Waar stokt dit nu??

  2. De helft minder aanmeldingen. Er zijn mensen die dit juichend als een succes van de transitie zien. Ik niet. Er is nog geen sprake van een transformatie dus de helft van de kinderen die eerder aangemeld eerden krijgt nu geen adequate hulp. Dat is ook altijd hetgeen geweest waar ik het meest bang voor was. Minder goede hulp maar de ellende daarvan is onzichtbaar .

Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten