Over kinderen, hun psychische problemen, hun ouders en hun behandelaars.

Landelijk samenwerken, lokaal innoveren in 2015

Er is in 2014 enorm veel gebeurd om het nieuwe jeugdstelsel goed door te voeren. Waar veel organisaties voor kinder- en jeugdpsychiatrie en gemeenten elkaar 10 maanden geleden nog argwanend aankeken, zijn inmiddels mooie samenwerkingsverbanden ontstaan. En landelijk wordt er hard gewerkt aan een kennisagenda, om ook in het nieuwe jeugdstelsel de beste zorg voor kinderen te kunnen bieden.

Gezamenlijke strategie en visie

brain-308580_1280Naast lokale samenwerkingen zijn er volop gesprekken tussen de landelijke kennisinstituten, de academische functies binnen de kinder- en jeugdpsychiatrie en vertegenwoordigers van gemeenten (VNG, G4, G32). Individuele gemeenten moeten immers innoveren en bezuinigen tegelijkertijd, waardoor er op lokaal niveau weinig tijd is voor het ontwikkelen van een ‘bottom-up’ strategie en visie. Daarom is het belangrijk om elkaar landelijk te blijven opzoeken, zodat strategie en visie niet door alle 393 individuele gemeenten gevormd hoeven te worden.

Landelijke kennisagenda

De resultaten van de ontwikkeling van een landelijke kennisagenda zijn nog niet zo zichtbaar, daarom twee voorbeelden:

  • Eén van de doelen van de transitie en transformatie is een versterking van de eigen kracht en meer vroegtijdige ondersteuning. Het is daarvoor van belang om tijdig en accuraat de zorgvraag en zorgzwaarte te beoordelen. Mede vanwege de bezuinigingen moet nauwkeurig beoordeeld worden waar ondersteuning en zorg naar uit kan gaan (‘triageren’). Momenteel proberen we samen met andere kennisinstituten, branche- en belangenorganisaties te komen tot landelijke samenwerkingsafspraken voor een breed gedragen en generieke triagemethodiek voor de jeugdhulp.
  • Een ander doel van de invoering van het nieuwe jeugdstelsel is normalisering: minder diagnoses stellen. Binnen de jeugd-ggz wordt de DSM gebruikt om te beoordelen of er sprake is van een te behandelen stoornis en belemmeringen in het dagelijks functioneren. Inmiddels is de DSM onderwerp van discussie als het meest geschikte instrument om te onderscheiden wat ‘normaal’ en wat ‘abnormaal’ gedrag is. Een eventueel goed alternatief voor de DSM, een systeem dat niet alleen overdiagnosticering maar ook onderdiagnosticering vermijdt, moeten alle relevante partijen de komende tijd samen ontwikkelen.
Meer eigen kracht, maar wel binnen de mogelijkheden

In 2015 gaan we op naar een meer inclusieve maatschappij waaraan iedereen – ongeacht eventuele diagnoses – op een meer gelijkwaardige manier kan deelnemen. Een belangrijk risico van koersen op eigen kracht en normalisering blijft dat de zelfredzaamheid van kinderen en gezinnen makkelijk is te overschatten. In onze steeds complexere maatschappij is het onvermijdelijk dat er mensen uitvallen. Om de stelselwijziging een kans van slagen te geven zal deze gepaard moeten gaan met het besef dat ontzorgen bij sommige gezinnen gewoonweg niet mogelijk zal zijn. 2014 was een bewogen jaar voor de jeugd-ggz, en ook in 2015 staat er nog veel te gebeuren!

Jolanda van der Meer Over Jolanda van der Meer

senior beleidsmedewerker transitie en transformatie jeugd-ggz | neuropsycholoog | gepromoveerd op onderzoek naar ADHD en ASS | reislustig & werklustig | geniet van discussiëren, dansen en lezen | wars van (maatschappelijke) onverschilligheid

Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten