Over kinderen, hun psychische problemen, hun ouders en hun behandelaars.

De kennis van nu over kinder- en jeugdpsychiatrie – een wereldwijde update

Daar staan ze. Met duizenden bij elkaar, klaar voor een update van de kennis van nu over de kinder- en jeugdpsychiatrie. Ik ben aanwezig bij het jaarlijkse congres van de American Association of Child and Adolescent Psychiatry (AACAP). Psychiaters, psychologen en wetenschappers van over de hele wereld komen bij elkaar om nieuwe kennis te vergaren, met elkaar in gesprek te gaan, ervaringen te delen en de wetenschap naast de klinische praktijk te leggen. Tijd voor een update: wat zijn de hot-topics in de wereld van de psychiatrie?

Met dank aan mijn collega’s Mireille Bakker en Jennifer Richards.

De ‘bubble-wrapped’ child: beschermen wij onze kinderen te veel?

Een ‘bubble-wrapped’ child is een kind dat overbeschermd wordt door zijn ouders. Ouders staan al klaar om het kind op te vangen voordat het gevallen is en beklagen zich bij de leerkracht als het kind een onvoldoende heeft gehaald. Dit wordt allemaal met goede bedoelingen gedaan om het kind te beschermen voor de gevaren in de wereld. Echter, is dit wel de juiste manier? Onderzoek bij apen heeft laten zien, dat als ze blootgesteld worden aan gematigde stress op vroege leeftijd dit kan leiden tot hoger prosociaal gedrag, betere cognitieve controle, toegenomen nieuwsgierigheid en zelfs lagere biologische stressactivatie. Belangrijk is wel dat het stressniveau niet te hoog is en ook niet te vroeg in de ontwikkeling plaatsvindt. Een beetje stress lijkt dus juist goed te zijn.

Psychiatrie en voeding: Food for thought

Sinds lange tijd zijn we al op zoek naar de onderliggende oorzaken van de symptomen van een psychiatrische ziekte. Lang werd er met name gekeken naar psychosociale factoren en steeds meer onderzoek richt zich nu op (neuro)biologische oorzaken (bijvoorbeeld brein/hormonen). Met name voeding lijkt herontdekt te zijn als mogelijke onderliggende factor van psychiatrische problematiek. Denk aan diëten bij kinderen met ADHD (bijvoorbeeld het RED-dieet) of de invloed van tekort aan micro-nutriënten, zoals vitamine- en mineralentekort bij jongeren met agressief gedrag.

Daarnaast lijken wetenschappers een nieuw pad te bewandelen met de ‘brain-gut’ theorie. Deze theorie geeft aan dat het zenuwstelsel van de spijsvertering een eigen, autonoom ‘brein’ heeft en signalen af kan geven aan de hersenen die bijvoorbeeld je stemming beïnvloeden (denk bijvoorbeeld aan dopamine en serotonine systemen). Het is interessant dat hier steeds meer onderzoek naar gedaan wordt (zelfs in Amerika, het land van de fastfood) en geeft de noodzaak aan dat dit toch echt ‘food for thought’ is voor behandelaren om voeding mee te nemen in het behandelplan.

DSM 5, Disruptieve Stemmingsdysregulatie Stoornis en irritability

22Jongen-meisje-puber-geel-tafelNieuw in de DSM 5 en hot topic in Amerika: de ‘Disruptieve Stemmingsdysregulatie Stoornis’ (Disruptive Mood Dysregulation Disorder; DMDD) en een chronische geïrriteerde stemming (irritability). De criteria van DMDD zijn hier te vinden; het valt onder de stemmingsstoornissen. Wat opvalt is dat er veel overeenkomsten zijn met ODD (Oppositionele- Opstandige Stoornis), maar dat bij DMDD er áltijd sprake van een geïrriteerde stemming moet zijn en woedeaanvallen minstens 3 keer per week voor moeten komen. De classificatie is onder andere ontwikkeld om minder kinderen onterecht met een bipolaire stoornis te diagnosticeren en behandelen (met name in Amerika). Ik ben benieuwd hoe deze classificatie zich in Nederland en Europa tot uiting gaat brengen en of er duidelijk verschil gemaakt kan worden tussen ODD, DMDD en overige stemmingsstoornissen.

School shootings in Amerika, noodzaak voor preventie in Nederland?

Naast de onderzoeken naar DMDD/irritability en ander disruptief gedrag, werden er ook veel sessies gewijd aan de beste aanpak voor ‘school shootings’ in Amerika. Het aantal shootings in Amerika is dan ook schokkend. In Nederland komt dit in mindere mate voor, maar laat wel denken aan het recente nieuwsbericht dat een Rotterdamse leerling doodgestoken werd door een medeleerling. Betekent dit dat wij ons in Nederland moeten voorbereiden op deze gebeurtenissen? En moeten we al preventief aan het werk, door bijvoorbeeld ook risicoprofielen in kaart te brengen en leerkrachten voor te bereiden op dit soort situaties?

Waar zijn de populatie studies in Nederland?

Er is nog veel onbekend over hoe mensen in elkaar zitten, waarom stoornissen ontstaan bij de ene persoon, maar niet bij de ander en wat de effecten van omgeving zijn op bijvoorbeeld genetica. Echter, over de hele wereld zijn er mensen aan de slag om deze vraagstukken op te lossen. Een mooie inspiratiebron zijn de grote populatie studies die met name in Skandinavische landen veel worden uitgevoerd. Onderzoekers kunnen hier toegang krijgen tot de bevolkingsregisters, waar ook de zorg wordt geregistreerd. Hier zouden we in Nederland nog veel van kunnen leren. Het zou toch fantastisch zijn om uitspraken te kunnen doen over de onderliggende factoren van psychiatrische stoornissen, gebaseerd op de gehele Nederlandse bevolking?

Take-home-message: de kennis van nu, is de kennis van later

Bovenstaande informatie geeft een greep uit de meest besproken onderwerpen in de kind- en jeugdpsychiatrie op dit moment. Nu we weten dat kinderen dus weer best mogen vallen en zelf weer opstaan, we weer toewerken naar een persoonlijke schijf van vijf en we meer aandacht moeten richten op stemmingstoornissen bij kinderen, kunnen we weer aan de slag vol nieuwe inspiratie. Echter, naast nieuwe kennis, levert deze informatie ook veel vragen op voor onze kinder- en jeugdpsychiatrie in Nederland. Het is van belang dat we in Nederland de ontwikkeling van de kinder- en jeugdpsychiatrie in de rest van de wereld blijven volgen, zodat we met elkaar de behoeftes van patiënten zo deskundig mogelijk kunnen vervullen.

Kirsten Smeets Over Kirsten Smeets

PhD-student Karakter Kinder- en Jeugdpsychiatrie | gek op reizen, Volkswagenbusjes en surfen | ontwikkelingspsycholoog | speelt piano | parttime onderzoeker Kinder- en Jeugdpsychiatrie UMC Utrecht | volleybal | onderzoeker op het gebied van behandeling bij jongeren met agressieproblemen

Reacties

  1. Jos Smeets zegt:

    Kirsten Jouw blog met interesse gelezen. Wat gaat er om in een kinder ziel? Blijft fascineren. Las laats het boek “Die vergessene Generation”van Sabine Bode. Over Duitse kriegskinder die pas na jaren over hun traumas kunnen praten.
    Het blijft een Raadsel: De mens!

  2. Interessant!

  3. Als ik dat zo lees voldeed ik als kind aan de criteria van deze kwaal. Of iets dat er op leek. Wat mij wel van het hart moet is dat ik voortdurend getreiterd werd door een oudere broer die mij haatte, en altijd als mijn ouders het niet zagen. Ik kon niet op tijd stoppen met terugschoppen en schelden als een van mijn ouders binnenkwam, waardoor ik altijd alle schuld kreeg, ondanks dat ik een meisje was en twee jaar jonger. Ook hulpverleners snapten niet waar mijn ‘agressie’ vandaan kwam, maar ik was gewoon woedend dat ik thuis altijd getreiterd werd en altijd schuldig werd bevonden en de hele dag straf kreeg. Terwijl de andere kinderen in huis mij stiekem treiterden wat ik niet accepteerde. Volgens iedereen, ook mijn hulpverleners, waren zij geweldig. Ik kon goed leren, maar dat deed er volgens niemand iets toe, want ik moest zorgen dat ik sociaal beter functioneerde (ik was overtuigd dat ik zeer vervelend was, en kon geen vrienden meer maken). Was mijn moeder feministe geweest, dan was zij wellicht ongelooflijk trots geweest met de pit waarmee ik terug schopte, ondanks dat ik fysiek veel zwakker was, maar als je moeder een heel braaf meisje is, werkt dat anders. Ik werd opgenomen in een jeugdkliniek en leerde van de hulpverlening dat ik niet meer mocht ‘strijden’ met mensen, anders zou het helemaal fout gaan met me. Daarmee kwam het uiteindelijk goed met me, maar ik was zo gehersenspoeld dat ik niet mocht strijden, dat ik te vreedzaam werd. Soms door me bijna ten koste van mezelf te beheersen, waardoor ik subassertief overkwam. Soms was ik dat ook, want ik had begrepen dat ikzelf aan alles schuldig was in mijn jeugd omdat IK niet moest strijden – ik had volgens de hulpverlening geweldige ouders en broers en zussen. Daardoor wist ik niet wanneer ik fout was, en wanneer ik wel degelijk voor mezelf mocht opkomen. Een grote bron van zelftwijfel werd dat voor me, terwijl ik van oorsprong waarschijnlijk een enorm krachtig en gezond meisje was…..

Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten