Over kinderen, hun psychische problemen, hun ouders en hun behandelaars.

Op zoek naar de oplossing om agressief gedrag te verminderen bij kinderen en jongeren

Het is vakantietijd geweest. Na twee weken de wereld van social media, internet en nu.nl de rug toe gekeerd te hebben, stap ik op maandagochtend weer in de trein en sla de Metro open. Meteen valt mijn oog op het 2-pagina lange artikel ‘Gewelddadige zomer’. Rellen in Amerika; oorlog in Oekraïne en Rusland; hardnekkig geweld in Israël en Gaza; Syrië, Irak en Afghanistan staan in brand… Het is deze zomer (duidelijk) geen komkommertijd geweest. Ook in Nederland zijn er vaak nieuwsberichten te lezen over geweld en agressie, helaas ook vaak bij jongeren. Een greep uit de meest recente krantenkoppen: ‘Jongeren vast voor geweld in de trein’, ‘Agressieve jongeren hinderen politie’, ‘Jongen (19) in kritieke toestand na uitgaansgeweld’. Waar komt dat toch vandaan, dat gewelddadige, agressieve gedrag van de mens? 

Een vraag die veel mensen bezig houdt. Leerde John Lennon ons in de jaren 70 niet al de wijze woorden ‘Make love, not war’? Of is dit te makkelijk gedacht? Mijn gedachten schieten alle kanten op en tegen de tijd dat we in Nijmegen arriveren sta ik weer stil bij de vragen die mij en mijn mede-onderzoekers al enige tijd bezig houden: Hoe ontstaat agressief gedrag? Waarom werkt een behandeling voor agressie bij sommigen wel en bij anderen niet? En wat zorgt er voor dat agressief gedrag op jonge leeftijd vaak blijft bestaan in de volwassenheid? We weten dat agressie voor veel problemen zorgt in de maatschappij en voor de jongeren zelf, zoals van school gestuurd worden of problemen met politie en justitie. Daarom is het van belang om meer inzicht te krijgen in de onderliggende factoren van agressie en behandelingen hiervoor.

28Stel-pubers-ruzieMogelijke factoren voor behandelsucces bij agressie

In het artikel ‘Treatment moderators of cognitive behavior therapy to reduce aggressive behavior: a meta-analysis’ zijn we met bovenstaande vragen aan de slag te gegaan. We hebben eerdere onderzoeken met elkaar vergeleken die zich richten op cognitieve gedragstherapie (CGT) om agressief gedrag bij kinderen en jongeren te verminderen. Ook hebben we gekeken naar mogelijke voorspellers van behandelsucces, zoals subtypes van agressie (proactieve en reactieve agressie), duur en setting van de behandeling, geslacht en leeftijd. Meer kennis over deze factoren zorgt er voor dat clinici de meest optimale behandeling kunnen inzetten, aangepast aan het profiel van een persoon.

Uit de 25 studies die we onderzocht hebben (2302 deelnemers; 1580 jongens en 722 meisjes) blijkt dat CGT wel degelijk werkt om agressief gedrag te verminderen, maar er werden geen voorspellers van behandelsucces gevonden. Wel bleek dat het óók niet uitmaakt of je nu een lange of korte behandeling volgt of dat de behandeling op school of in een kliniek gegeven wordt. Dit is interessant, want dat biedt hoop voor de ontwikkeling van kosteneffectievere en minder intensieve behandelingen. Het bleek echter wel dat veel studies verschillende uitkomstmaten gebruiken om agressief gedrag te meten, wat het moeilijk maakt om studies goed te vergelijken. Ook bleek dat er maar 2 van de 25 studies keken naar subtypes van agressie (proactieve en reactieve agressie), terwijl studies wel vaak aangeven dat er mogelijk verschillende behandelingen nodig zijn voor deze subtypes van agressie. Hier is dus nog een inhaalslag te maken.

Steeds meer onderzoek naar behandelingen agressief gedrag

Afgelopen mei vond het EFCAP congres plaats in Manchester (European Association for Forensic Child and Adolescent Psychiatry, Psychology and other involved Professions), waar specialisten bij elkaar komen om de nieuwste inzichten te bespreken over forensische kinder- en jeugdpsychiatrie. Het stemt hoopvol dat er steeds meer onderzoek in binnen- en buitenland zich richt op het ontrafelen en behandelen van jongeren met agressief gedrag, ODD- en/of CD-problematiek. Zo zijn er verschillende onderzoeken die zich richten op bijvoorbeeld emotieherkenning of de invloed van straffen en belonen bij deze jongeren en wat dit doet in de hersenen. Ons volgend onderzoek (in samenwerking met de Bascule/VUmc) richt zich bijvoorbeeld op de subtypes van agressie (zijn deze daadwerkelijk te onderscheiden of toch overlappende constructen) en wat dit voor invloed heeft op de behandeluitkomst, iets wat weinig onderzocht bleek te zijn in de literatuur.

Het is mooi om te zien dat handen in elkaar geslagen worden om agressief gedrag te verminderen bij deze jonge kinderen en adolescenten en we daarmee streven naar eenduidig onderzoek.

Hopelijk bereiken we met deze projecten dit gezamenlijke doel en stap ik over enige tijd weer in diezelfde trein waar de volgende kranten koppen zullen prijken: ‘Steeds minder agressief gedrag bij jongeren’, ‘Betere behandelingen voor agressie ontwikkeld’ of ‘Wereldvrede bereikt’. Een mooie gedachte om na deze roerige zomer mee aan de slag te gaan.

Kirsten Smeets Over Kirsten Smeets

PhD-student Karakter Kinder- en Jeugdpsychiatrie | gek op reizen, Volkswagenbusjes en surfen | ontwikkelingspsycholoog | speelt piano | parttime onderzoeker Kinder- en Jeugdpsychiatrie UMC Utrecht | volleybal | onderzoeker op het gebied van behandeling bij jongeren met agressieproblemen