Over kinderen, hun psychische problemen, hun ouders en hun behandelaars.

Wanhoop en hoop: de transitie in de praktijk van de Bascule

Als directeur zorg bij de Bascule voel ik nu al dagelijks de gevolgen van de transitie van de jeugd-ggz. Een ingrijpend proces, omdat we nu bijvoorbeeld met veel meer financiers dan eerst moeten onderhandelen. Het is nu eind september 2014 en de onderhandelingen lopen nog, wat tot veel onzekerheid leidt. Je wordt er soms moedeloos van, maar weet tegelijkertijd dat dat niet kan, omdat je de zorg voor de kinderen veilig moet stellen. Als een Baron van Münchhausen trekken we onszelf dan weer uit het moeras. 

Een jeugd-ggz-instelling als de Bascule regelde tot 2013 nog zo’n 95% van haar omzet via één onderhandelingsproces met representerende zorgverzekeraars in de regio. Nu zijn we voor het budget voor 2015 nog steeds met deze zorgverzekeraars aan het onderhandelen, maar dan allemaal apart en alleen over het budgetaandeel voor jongeren van 18-23 jaar. Daarnaast onderhandelen we nog met de stadsregio Amsterdam en zo’n 15 andere groepen van gemeenten, over de budgetten voor de behandeling van kinderen en jongeren tot 18 jaar. Landelijk onderhandelen we met de VNG over de bovenregionale en academische zorg. En al die partners hebben verschillende eisen over bijvoorbeeld volumekortingen, tariefkortingen, substitutie van zware naar lichte zorg en kwaliteitscriteria. Dus voeren we soms lastige onderhandelingen met veel partijen die nieuw voor ons zijn en waarvoor wij ook nieuw zijn. Van onderhandeling naar budget naar disciplinemix naar reorganisatie

De opgave is om op basis van al die lopende onderhandelingen een inschatting te maken, van wat we denken als budget te moeten c.q. kunnen hanteren voor onze begroting voor 2015. En welk type behandelaren we volgend jaar nodig hebben voor de patiënten die bij ons blijven komen: de disciplinemix. Een deel van de patiënten die we nu behandelen voor wat minder complexe problematiek, wordt volgend jaar immers door de wijkteams in al hun vormen behandeld. Maar wat die wijkteams wel en niet aan kunnen en wat ze nog naar ons gaan doorverwijzen, moet nog blijken. Welke patiënten nog bij ons blijven komen bepaalt echter wel welke medewerkers volgend jaar nog bij ons kunnen blijven werken, van welke collega’s we afscheid zullen moeten nemen en waar we nieuwe mensen met ontbrekende expertises moeten aannemen. Nadat we eerder dit jaar al van 90 fte aan collega’s afscheid moesten nemen – een proces waar we nog niet helemaal mee klaar zijn – dient de volgende krimp en bijbehorende reorganisatie zich al aan. Je zou er af en toe wanhopig van worden. Om hoopvol te blijven zoeken we daarom naar houvast.

VWS_steljeugd_OWW_3226okHouvast in de behandeling van patiënten

Dat houvast zoeken en vinden we in het antwoord op de vraag: “waartoe zijn wij op aarde” (sorry, ik ben ooit katholiek opgevoed ;-)), namelijk: het leveren van goede behandeling voor onze patiënten: kinderen en jongeren met ernstige psychische problemen die thuis, op school en met vrienden vastlopen. Onze “core business” bestaat immers uit het behandelen van patiënten met ernstige en complexe psychiatrische aandoeningen die niet in de eerstelijn c.q. in de ouder- en kindteams of door de huisarts kunnen worden behandeld. Dat doen we – zo weinig mogelijk – in onze kliniek en op onze dagbehandeling en verder op onze specialistische poliklinieken. Dat zal wel blijven, hoewel we ook daar steeds blijven kijken waar het minder intensief kan en waar we bijvoorbeeld een klinische opname kunnen vervangen door intensieve behandeling thuis of in een thuisvervangende situatie elders (bijvoorbeeld een pleeggezin).

Daarnaast hebben onze academische en topzorgprogramma’s een zo specifiek behandelaanbod voor patiënten die nergens anders terecht kunnen, dat die ook wel voldoende aanstroom van patiënten – vaak van ver buiten Amsterdam – blijven houden. Dat geeft ons het vertrouwen dat we deze zorg via de “landelijke inkoop” ook wel overeind kunnen houden. Nu al hebben we op verschillende zorgprogramma’s forse wachtlijsten en die verdwijnen volgend jaar niet ineens. Dat geldt ook voor onze specifieke behandelprogramma’s voor jongeren met een jeugdstrafrechtelijk verleden en voor kinderen en jongeren met een combinatie van een verstandelijke beperking en een psychiatrische aandoening.

Verder werken we al jaren intensief samen met onderwijs- en jeugdzorginstellingen voor juist de moeilijkste groepen in de stad. We doen bijvoorbeeld deeltijd- en groepsbehandelingen op de scholen voor voortgezet onderwijs van Altra. En we werken samen met Spirit in de jeugdzorg-plus instelling de Koppeling, in de jeugdgevangenis Amsterbaken en in de behandeling van kinderen en jongeren in pleeggezinnen. Multifocale zorg heet dat in Amsterdam. We ondersteunen ook scholen bij het omgaan met kinderen met psychiatrische aandoeningen in bredere zin. En we hebben zelf twee scholen voor speciaal basisonderwijs.

En ten slotte brengen we onze specialistische behandelprogramma’s waar dat mogelijk is naar regiopoliklinieken, zodat de patiënten uit de verschillende Amsterdamse stadsdelen en uit de gemeenten daarbuiten niet allemaal naar onze hoofdlokaties bij het AMC en in Duivendrecht hoeven te komen. Daarmee komen we tegemoet aan de wens van gemeenten om zorg zo dicht mogelijk bij de woonplek van burgers te organiseren. En we leveren bovendien ondersteuning en expertise voor de ouder- en kindteams waar dat wordt gevraagd (en betaald).

Dus: hoopvol naar de toekomst!6Open-meisje-hoed-blauwe-trui

Vanuit onze kracht in het behandelen van ernstig zieke patiënten zijn we dus hoopvol naar de toekomst. Hoopvol omdat de feiten ons weliswaar nog geen zekerheid geven, maar we ervan uitgaan dat we zo onmisbaar zijn dat die feiten wel gaan komen. Vanuit die kracht kunnen we ook omgaan met de onzekerheid over de budgetten waarover ik het net al had.

Zelfs als gemeenten en zorgverzekeraars in hun eigen budgettaire onzekerheid niet voldoende behandelingen met ons willen / kunnen / durven afspreken, zal de nood van de zieke kinderen en jongeren die onze behandelingen echt nodig hebben er in de loop van volgend jaar wel toe leiden dat we aanvullende afspraken met hen kunnen maken. Daarin merken we namelijk in alle gesprekken met gemeenten, zorgverzekeraars en ketenpartners dat we elkaar – ondanks alle onzekerheid en soms verschillen en in visie en belangen – toch steeds weer vinden: de wens en het vaste voornemen om het voor de kinderen en jongeren in nood goed te regelen. Die constatering in combinatie met onze eigen gedrevenheid om de kinderen en jongeren die ons nodig hebben niet in de steek te laten, geeft de burger (in dit geval: deze directeur) moed!

Wim Gorissen Over Wim Gorissen

directeur effectiviteit en vakmanschap bij het Nederlands Jeugdinstituut | roeier | sociaal-geneeskundige (arts M&G) | liefhebber van chocolade en van Latijns-Amerikaanse en klassieke muziek | getrouwd en twee volwassen kinderen

Reacties

  1. miek wijnbergen miek wijnbergen zegt

    Wat het voor gemeenten moeilijk maakt is dat men vaak geen idee heeft hoe nodig het is dat kinderen in hun vroege jeugd behandeld worden (mijn kinderen hebben ook op toenmalig P.I. gezeten en later Kombinatie). Hoeveel profijt dat geeft in de toekomst. Om wat voor problemen het gaat. Mensen krijgen ook een verkeerd beeld door verhalen in de media, of dat wel moet zo’n etiket. Het is enorm belangrijk dat deze zorg gecontinueerd wordt door een vast team van begeleiders. Het is enorm belangrijk dat er rust komt, ook voor ouders die zich zorgen maken over de toekomst. Als men de doelgroep niet goed kent bestaat het gevaar van onderschatting. Hier in Diemen heb ik er een hard hoofd in dat veel kinderen straks begeleiding krijgen vanuit de Brede Hoed. Problematiek internaliseert en dat geeft moeilijkheden in de toekomst. Gezegd wordt in de raad dat kinderen hun zorg houden die ze nodig hebben maar de vraag is wie gaat bepalen wat onze kinderen nodig hebben. Gemeenten hebben ook veel onzekerheden want ze weten niet om welke kinderen en hoeveel het gaat. En ze krijgen bij de decentralisaties te maken met enorme bezuinigingen. Nou denk ik dat Diemen het redelijk goed doet en ik zit er bovenop. Ik zou zeggen neem contact met de gemeenteraad als er zorgen zijn over de toekomst.

Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten