Over kinderen, hun psychische problemen, hun ouders en hun behandelaars.

Hoe betrouwbaar is de ADHD-test bij Daan?

‘Ben je een beetje bekend met de testen die we hier afnemen?’ ‘Nee, ik denk het niet. Het is alweer 10 jaar geleden dat ik testen heb afgenomen’. Het is mijn eerste week als gz-psycholoog in opleiding bij Karakter in Nijmegen, een kinder- en jeugdpsychiatrisch ziekenhuis waar kinderen met complexe psychische problemen behandeld worden. Ik word in 3,5 jaar klaargestoomd om de diagnostiek en behandeling van psychische problemen bij kinderen te mogen doen. Sinds het afronden van mijn studie psychologie 10 jaar geleden heb ik me vol overgave gestort op wetenschappelijk onderzoek. Ik wilde meer te weten komen over de oorzaken van aandoeningen zoals ADHD en autisme. Gek genoeg is het hierbij vrij normaal dat je die kennis voornamelijk uit boeken haalt. Je kunt zelfs bekend staan als (inter)nationaal deskundige zonder in tijden een patiënt gesproken te hebben. 

Déjà-vu

Maar aan die kennis heb ik vandaag niets. Deze week mag ik voor het eerst sinds lange tijd weer een onderzoek uitvoeren. Dit keer bij de 11-jarige Daan die mogelijk ADHD heeft. Aan mij de taak na te gaan hoe het met zijn geheugen, aandacht en andere hersenfuncties is gesteld. Ik bekijk de kast vol met testen. Ze komen me verdacht bekend voor. Er lijkt in 10 jaar tijd niets veranderd te zijn. Sterker nog, wanneer ik me eens in de handleidingen verdiep, blijkt dat sommige testen zelfs al van voor de Tweede Wereldoorlog stammen. Nagenoeg alle testen worden nog handmatig afgenomen en bestaan bijvoorbeeld uit houten balletjes en blokjes. Een wonderlijke gewaarwording: alsof de tijd in deze testkamers heeft stilgestaan en het digitale tijdperk hier niet is doorgedrongen. IJverig ga ik die week aan de slag met het oefenen van de testen. Het valt nog niet mee om van al die verschillende testen de juiste wijze van afname te leren, wat ik precies moet zeggen, wanneer verdere afname niet zinvol meer is en ik daarom mag stoppen. Ik constateer dat de tijd hier dan misschien wel lijkt te hebben stilgestaan, dat geldt helaas niet voor mijn geheugen; daar is de slijtage toch echt voelbaar. Later die week moet ik dan echt aan de bak: Daan meldt zich vrolijk bij de receptie voor het onderzoek. Hij heeft er duidelijk zin in, ik lijk zenuwachtiger dan hij. Zou het me lukken al die instructies niet door elkaar te halen en het onderzoek niet op cruciale momenten te verpesten? Gelukkig valt het mee: Daan vindt het prima dat ik af en toe even moet spieken wat ik moet zeggen of doen. Na twee uur zwoegen van mijn kant – Daan lijkt nog verrassend onvermoeid – zit het erop. Daan gaat naar huis, ik naar mijn kamer om alle testresultaten te berekenen en er een, hopelijk samenhangend, verslag van te schrijven. Wat ontgoocheld constateer ik dat niet alleen de testen zelf, maar ook de informatie die uit de testen gehaald wordt, in 10 jaar tijd amper veranderd is. Per test heb ik meestal maar 2 maten: hoe snel was Daan en hoeveel fouten hij maakte. Jammer dat dit niet weergeeft dat Daan vaak heel snel begon, daarna langzamer werd en pas op het einde weer versnelde. Ook laat het niet zien dat Daan pas aan het einde van de taken fouten maakte. Dit lijkt me toch belangrijke informatie voor hoe Daan mogelijk ook op school en thuis omgaat met moeilijke opdrachten. Ik zoek in de gegevens op hoe jongens van 11 jaar zonder ADHD de testen maken en kom erachter dat dit voor veel taken helemaal niet goed bekend is. Ik kan dus niet betrouwbaar vaststellen of Daan wel of geen problemen heeft in bepaalde hersenfuncties.

Clinici komen van Venus, onderzoekers van Mars?

Het contrast met testen die in wetenschappelijk onderzoek gebruikt worden is enorm. Mooie computertaken zijn ontwikkeld, waarbij we haarfijn weten welke hersengebieden actief worden tijdens het uitvoeren van de taak. Niet alleen de uiteindelijke snelheid wordt gemeten, maar ook veranderingen in snelheid tijdens het uitvoeren van de taak. Juist deze blijken vaak afwijkend bij kinderen met ADHD doordat bepaalde hersendelen minder goed met elkaar communiceren. Wat had ik graag bij Daan een dergelijke test afgenomen om na te gaan waar zijn concentratieproblemen mogelijk door verklaard kunnen worden. Het probleem is dat een taak alleen bruikbaar is wanneer de taak bij een grote groep kinderen zonder ADHD wordt afgenomen. Pas dan kunnen we met zekerheid zeggen of Daan inderdaad afwijkingen heeft in bepaalde hersenfuncties. Maar ja, dit kost geld en tijd, en meestal is er een gebrek aan minstens één van deze. En, helaas maar waar, staat het niet bovenaan de prioriteitenlijst van de meeste onderzoekers om zich hiervoor in te zetten.

We hebben je hulp nodig!

Ik geloof dat er iets beters ontwikkeld kan worden voor Daan en alle kinderen met een vermoeden van ADHD. Ik heb daarom samen met onderzoekers van 3 andere universiteiten en een testuitgever een computertest ontwikkeld. Deze test gaat de COTAP heten (Cognitieve Test voor Adhd Profilering). Binnen 30 tot 40 minuten geeft deze ADHD-test een compleet beeld van de sterke en zwakke hersenfuncties. Op deze manier kan worden nagegaan hoe het komt dat Daan zo snel af te leiden is en kan ik een beter passende behandeling voor hem adviseren. Helaas is er vanuit de overheid amper geld om dergelijke projecten te financiëren. Er is daarom financiële steun nodig, zodat de test bij duizend kinderen in Nederland afgenomen kan worden. Help je mee?! Alle beetjes helpen! Via deze link kun je meer informatie vinden over deze test en dit initiatief steunen. Alvast bedankt, ook namens Daan!

Daan is een gefingeerde naam, in verband met de privacy van mijn patiënten.

Nanda Lambregts-Rommelse Over Nanda Lambregts-Rommelse

universitair hoofddocent afdeling Psychiatrie Radboud UMC | gz-psycholoog in opleiding Karakter kinder- en jeugdpsychiatrie | moeder van 3 jonge kinderen | coördinator wetenschappelijk onderzoek Karakter | aspiring Principal Investigator Donders Instituut | hoopt al 5 jaar tevergeefs op een ochtend uitslapen

Reacties

  1. Onderzoekers en clinici komen inderdaad vaak niet van dezelfde planeet 🙂 Ik denk dat als die twee planeten goede (betere?) betrekkingen aanknopen en intensief gaan samenwerken er nog veel gewonnen kan worden.

  2. Birgit van Oers zegt:

    Klinkt interessant die COTAP. Tip:als jullie die test bij 1000 kinderen willen afnemen, zou je assistentie kunnen vragen door een oproep bij de VVP( Vereniging voor Psychodiagnostisch werkenden)te doen. Zo kunnen jullie hulp vragen van PDW-ers die werkzaam zijn in de kinderdiagnostiek, waardoor gegevens sneller verzameld kunnen worden, en zij zijn bedreven in het afnemen van testen. Het zou ook heel goed zijn om volwassenen met ADHD/ADD in jullie onderzoek op te nemen! Dat is, niet te vergeten, ook een groot aantal mensen dat kampt met problemen daaromtrent, en graag geholpen zouden worden.

  3. Is Daan een moeilijk kind of heeft Daan het moeilijk? Een cruciale vraag aangezien de hulpvraag de as is waar de hulpverlening om draait. Op mijn blog Pedagoogle schrijf ik als orthopedagoog en ouder over de leefwereld van kinderen: opvoeding, onderwijs, hulpverlening. Ook over eerstgenoemde vraag:

    Elk kind een etiket? http://hkoppies.wordpress.com/2013/11/20/elk-kind-een-etiket/.

Reageren