Over kinderen, hun psychische problemen, hun ouders en hun behandelaars.

Kunnen jeugdige delinquenten rapporteren over hun eigen psychopathische trekken?

Gewetenloosheid, koude emotieloosheid, zelfoverschatting, makkelijk liegen en impulsiviteit zijn karaktereigenschappen die het makkelijker maken om een crimineel leven te leiden. Deze combinatie van kenmerken hoort bij psychopathie. Een psychopaat ziet medemensen snel als potentiële bron van voordeel. Deze medemensen kun je manipuleren of desnoods kun je geweld gebruiken om ze te overtuigen jou je zin te geven. Het meten van psychopathie is erg moeilijk. Wetenschappers blijven zoeken en onderzoeken, omdat het inmiddels wel is aangetoond dat psychopathie verband houdt met recidive en geweld.

Psychopathische trekken bij jongeren hangen samen met later crimineel gedrag. Het kan daarom interessant zijn om deze kenmerken te meten bij jongeren die delicten plegen. Let wel, we hebben het bij jongeren altijd over ‘trekken’ en nooit over ‘psychopaten’, omdat de persoonlijkheid zich nog tot ruim in de twintig vormt. Er bestaat een heel goed instrument dat een getrainde clinicus kan afnemen, waarbij een interview en dossieronderzoek horen: de Psychopathy Checklist-Youth Version (PCL-YV). Veel liever zouden onderzoekers en ook behandelaars gebruik willen maken van zelfrapportagevragenlijsten. Begrijpelijk, want de PCL-YV is heel bewerkelijk, en vragenlijsten voor anderen, zoals ouders en leraren, zijn ook geen goede optie. Veel ouders van delinquente jongeren hebben al lang geen zicht meer op hun kind, en leerkrachten hebben de jongeren meestal niet meer, gezien hun hoge mate van schooluitval.

Papieren werkelijkheid

In de papieren werkelijkheid die de wetenschappelijke literatuur vormt, is zelfrapportage een betrouwbare manier om meer te weten te komen over de mate van psychopathische trekken in iemands persoonlijkheid. Maar deelnemers aan wetenschappelijke onderzoeken beloven we altijd dat hun antwoorden anoniem zijn en dat we ze alleen voor onderzoeksdoeleinden gebruiken. Dat is natuurlijk een heel andere context dan wanneer je als justitiemedewerker aan een delinquent vraagt om even een paar vraagjes in te vullen. Psychopaten liegen per definitie snel en in dit geval zullen veel jongeren denken dat ze er voordeel bij hebben om zich beter voor te doen dan ze zijn. Als ze al inzicht hebben in zichzelf. Het is dus zeer de vraag of je eerlijke antwoorden krijgt.

Wat heb je dan aan zelfrapportage in de praktijk?

Deze bruikbaarheid voor de praktijk was het uitgangspunt voor ons recent in European Child and Adolescent Psychiatry gepubliceerde onderzoek. We lieten 365 jongeren over zichzelf een korte vragenlijst over psychopathische trekken (de YPI-S) invullen tijdens de algemene geestelijke gezondheidscreening bij binnenkomst in een Justitiële Jeugdinrichting (JJI). Jongeren dachten dat hun JJI-behandelaars hun antwoorden konden zien (wat niet zo was). We hebben een aantal interessante bevindingen gedaan. Een eerste resultaat was dat de mate van psychopathische trekken samenhangt met bijvoorbeeld alcohol- en drugsgebruik, hyperactiviteit en andere problemen. Dit is precies zoals je zou verwachten op basis van de literatuur, alleen leek in ons onderzoek de context veel meer op de dagelijkse werkelijkheid in een JJI. Dit betekent dat het waarschijnlijk in de praktijk van de JJI toch mogelijk is op basis van zelfrapportage een beeld te krijgen van de mate van psychopathische trekken.

Met een simpel vragenlijstje ben je er nog niet

Het is dan wel belangrijk dat iemand die relatief hoog scoort vervolgens een uitgebreid onderzoek krijgt met bijvoorbeeld de PCL-YV, want je kunt nooit met een simpel vragenlijstje bepalen of iemand een toekomstige psychopaat is. Bij lage scores moet je wel blijven opletten, het kan ondanks onze veelbelovende resultaten best dat sommige slimmeriken de lijst doorzien. Bijvoorbeeld door middel van observatie door groepsleiders zou je dan meer informatie kunnen krijgen, dat is het onderwerp van medeblogger Kore Lampe. Helaas konden we niet onderzoeken bij welke score iemand dan in aanmerking komt voor nader onderzoek. Een tweede interessant resultaat, gepubliceerd door onder andere Cyril Boonmann, was dat de scores op de YPI-S in onze groep delinquenten lager waren dan die van de controlegroep (schoolgaande jongeren). Dit vonden we een heel gekke bevinding, we verwachtten het precies omgekeerd. Een teken dat de context van de JJI toch heeft gezorgd voor lagere scores op de YPI-S. Dit lijkt een waarschuwing dat zo’n lijst wel iets kan betekenen BINNEN een groep, maar dat we moeten opletten bij het vergelijken TUSSEN delinquenten en schoolgaande jongeren. Voordat onze bevindingen praktisch toepasbaar zijn, is er dus nog wat werk nodig.

Meer lezen:
het onderzoek gepubliceerd in European Child and Adolescent Psychiatry
– de blog posts van Kore Lampe– het onderzoek van Cyril Boonmann

Pauline Vahl About Pauline Vahl

PhD-student Academische Werkplaats Forensische Zorg voor Jeugd | moeder van Hauk | import-Amsterdammer | arts-assistent psychiatrie Arkin | reiziger | bezitter van 50 paar schoenen

Comments

  1. Interessant, actueel onderzoek van onze collega: Kunnen jonge delinquenten eigen psychopathische trekken rapporteren? http://t.co/MX0AVwtdpL

Reageren