Over kinderen, hun psychische problemen, hun ouders en hun behandelaars.

Rooming-in en doorlopend bezoek in de kindergeneeskunde mist zijn doel en heeft nadelige gevolgen (deel 2)

Doorlopend bezoek van ouders in de kindergeneeskunde is al jaren gebruikelijk. Deskundigen gaan ervan uit dat hiermee de psychische schade voor een kind aanzienlijk wordt beperkt. Dat hierdoor juist op een ander vlak weer schade ontstaat lijkt over het hoofd gezien te worden. Kritiek op het doorlopend bezoek of rooming-in is bijna als vloeken in de kerk. Vooral professionals durven nauwelijks kritiek te uiten. Bang om ouders en zieke kinderen te kwetsen.

Dit is de tweede post van Yvonne van Riemsdijk over de nadelige gevolgen van rooming-in en doorlopend bezoek. U kunt ook haar eerdere bijdrage lezen.

Daarbij, probeer maar eens in te gaan tegen de visie en overtuiging van mensen zoals prof. dr. Hugo Heymans, die door velen bijna gezien wordt als ‘the Godfather’ van de kindergeneeskunde. Een man waar ik overigens veel bewondering en respect voor heb. Zijn enthousiasme en toewijding waren en zijn een groot voorbeeld. Toch ben ik het niet in alles met hem eens.

Verstikkend

De meeste zieke kinderen voelen zich gelukkig niet voortdurend slecht of hebben pijn. In die ‘zorgeloze’ uurtjes kunnen kinderen lol hebben met de andere kinderen, gek doen met het verplegend personeel of gewoon lekker niets doen en zich vervelen. Ze nemen als het ware even helemaal afstand van hun ziekte en hebben even een eigen en ‘normaal’ leven. Wanneer ouders de hele dag en zelf ’s nachts aanwezig zijn is die ruimte er niet of nauwelijks. Het is verstikkend. Iedere kinder- en jeugdpsychiater en orthopedagoog zou een ouder, die zo met zijn kind omgaat, aanraden om afstand te nemen en het kind ruimte te geven. Wanneer een kind echter lichamelijk ziek is, lijkt alles ineens geoorloofd. Een kind dat ziek is, is per definitie zielig in de ogen van volwassenen. Zij projecteren daarmee hun eigen gevoelens op het kind. Van ouders is dit zeer begrijpelijk, maar deskundigen zouden beter moeten weten. Bovendien leert een kind door deze overdracht dat ziek zijn beloond wordt. De vage klachten die sommige kinderen houden na genezing zouden hier wel eens mee samen kunnen hangen.

Tweestrijd

Onlangs wees een kinderarts mij er op dat wanneer een kind meer afstand nodig heeft er een gesprek met ouders en kind komt. Maar juist dat is nu het moeilijkste wat je van een ziek kind kan vragen. Een ziek kind zit namelijk voortdurend ‘gevangen’ tussen zijn eigen gevoelens en die van zijn ouders. Het is juist die verbondenheid die maakt dat er grenzen van buitenaf noodzakelijk zijn. Waar het ene kind zich misschien zieker voordoet in het bijzijn van zijn ouders, zal het andere kind zich juist flinker voordoen en zijn ouders willen beschermen en ontzien. Het zou goed zijn wanneer de pediatrische psychologie zich hier meer in zou verdiepen.

Geen structuur

Doordat er op kinderafdelingen geen vaste bezoektijden meer zijn en weinig structuur meer is, kunnen jonge kinderen die nog geen tijdsbesef hebben zich bijna nergens meer aan vasthouden. Het is een komen en gaan van ouders. Hoe verwarrend is dat wel niet voor een klein kind? “Waarom is mama er bij het buurjongetje wel en bij mij niet?” De structuur die zo belangrijk is voor kinderen, lijkt ineens niet meer belangrijk als zij ziek zijn. Bovendien zijn de onrust, en de lawine aan prikkels door allerlei vermaak en verschillende mensen slecht voor het herstel. Een aantal jaren geleden kwam ik eens bij mijn zieke zoon op de tienerafdeling binnen na een operatie. Terwijl hij ziek en suf in bed lag keek hij tv en dreunde de zender MTV door de kamer. Toen ik hier wat van zei was de reactie dat een beetje afleiding goed was voor hem. Bijna weemoedig moest ik terugdenken aan de tijd dat mijn kinderarts eens doortastend optrad toen ze doorhad dat ik te weinig rust kreeg. De tv werd een week verbannen, verplegend personeel mocht even geen lol meer maken met mij (dit deed ik graag, maar dat kostte mij veel energie) en het bezoek werd teruggeschroefd. Zij besloot dit naar aanleiding van slechte bloeduitslagen, want aan mijzelf merkte je nooit zoveel. En hoewel ik het toen niet begreep en boos was, waren de uitslagen binnen een week weer beter en bloeide ik op van de rust en de stilte.

Verpleegkundigen

Vaak vraag ik me af wat verpleegkundigen nu eigenlijk vinden van het rooming- in en het doorlopende bezoek. Hoe vinden zij het eigenlijk dat zij iedere morgen moeten laveren tussen de opklapbedden en dat zij steeds meer tijd aan ouders moeten besteden? Vinden zij het handig dat ouders het grootste deel van de verzorging op zich nemen, of missen ze het contact met de kinderen? Verpleegkundigen zijn van onschatbare waarde op een kinderafdeling. De band die zij opbouwen met kinderen en de troost die zij kunnen bieden in moeilijke tijden zijn essentieel voor de genezing! Of de psychologische gevolgen groot en ernstig zijn voor een ziek kind, hebben zij voor een groot deel in de hand. Het is een misvatting om te denken dat alleen ouders de psychische schade kunnen beperken. Wanneer verpleegkundigen weer een grotere rol zouden krijgen, dan zou dit ruimte en rust geven voor iedereen. Voor kinderen, voor ouders en uiteindelijk voor het verplegend personeel zelf.

Yvonne van Riemsdijk Over Yvonne van Riemsdijk

ervaringsdeskundige schrijver & spreker | betrokken en bevlogen, maar ook kritisch en niet altijd politiek correct | sport, leest en struint graag door de natuur | heeft drie volwassen zoons

Reacties

  1. Oh Yvonne way ben ik het toch met je eens.

Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten