Over kinderen, hun psychische problemen, hun ouders en hun behandelaars.

WANTED: Waarheid

In de opsporing van problematiek van jongeren in de in Justitiële Jeugd Inrichting (JJI) wordt veelal gebruik gemaakt van informatie die jongeren of ouders ons zelf verschaffen. Maar hoe betrouwbaar is deze informatie? “Waarheid vloeit voort uit een proces van interpretatie en niet uit de toepassing van methoden die tot voor altijd vaststaande waarheden leidt.” De Duitse filosoof Gadamer vatte een belangrijke overweging in mijn project al samen, lang voordat ik ermee van start ging.

Onderbenutte bron van informatie

We wilden graag een nieuwe diagnostiekbron aanboren. Eentje, die aanvullende en nieuwe informatie gaf. In mijn werk als gedragswetenschapper in JJI Teylingereind merkte ik al dat groepsleiding vaak meer weet over jongeren dan op papier komt. Observatie door groepsleiding zou dus veel informatie kunnen opleveren, omdat zij lang en intensief met de jongeren in de JJI op de groep zijn. Bovendien blijkt uit wetenschappelijke literatuur dat wanneer je deze observaties structureert, het belangrijke informatie kan opleveren. En door groepsleiding te trainen in het objectief observeren en rapporteren, verbreden we ook hun deskundigheid en maken we beter gebruik van hun expertise. Maar hoe kunnen we zeker weten dat deze informatie ‘klopt’?

Verschillende bronnen

”Ik ben wel eens zo boos dat ik niet meer weet wat ik doe.” Alle jongeren die binnenkomen in een JJI vullen vragenlijsten over zichzelf in. Vaak dienen ze aan te geven in hoeverre stellingen op hen van toepassing zijn. Hetzelfde kunnen we ook aan ouders vragen, over hun kinderen. En aan leraren, over hun leerlingen. Met de informatie van groepsleiding erbij, hebben we dan vier verschillende informatiebronnen over het gedrag van één persoon.

Plaatje compleet?

Dat klinkt mooi (en dat is het ook hoor!), maar in de ideale wetenschappelijke wereld, zouden deze bronnen met elkaar overeen komen. Zowel jongere, leraar als ouder zouden dan bijvoorbeeld zeggen dat ze vinden dat Pietje soms zoveel blowt dat hij rare dingen doet. En nooit impulsief is, maar wel neerslachtig. Als dat nou allemaal zo werkte, dan konden we de door ons ontwikkelde observatiechecklist naast die leraar-, ouder- en kindrapportage leggen, en dan konden we zien dat het goed was. Of eventueel nog wat bijschaven. Maar ach, zo blijkt het niet te werken.

Iedereen ziet iets anders

Ouders, leraren en kinderen blijken het niet zelden oneens te zijn. Hoe kan dat? In de adolescentie zijn geleidelijk aan niet langer de ouders, maar de vrienden en de smartphone het centrum van het universum. Dus is het ook niet gek, dat ouders niet van alles op hoogte zijn. En dan nog hun ‘roze bril’ daargelaten! Het is soms meer regel dan uitzondering dat moeders van jongeren in Teylingereind het gevoel hebben dat hun zonen onterecht vast zitten. Of dat ze hun snode plannen in ieder geval niet zelf hebben gesmeed. En ook ik durf te wedden dat mijn moeder, wanneer ze toen mijn broer 16 was een vragenlijst over zijn rookgedrag had moeten invullen, ze dit heel anders zou hebben ingeschat dan hijzelf zou hebben gedaan. Deze gedachte stelt gerust. Immers, nu jongeren zich ongetwijfeld in verschillende situaties verschillend gedragen, is het niet gek dat de leraar iets anders waarneemt dan de ouder!

Andere interpretatie, beleving en uiting

Wellicht dat zelfrapportage wel met de meest relevante bron (bijvoorbeeld ouder in de thuissituatie, leraar op school) overeen zou moeten komen? Helaas, ook dit is niet het geval. Hier zijn verschillende redenen voor te bedenken. Bijvoorbeeld een (cultureel) andere manier van het kijken naar- of uiten van problemen, het hebben van een taalachterstand, of een verstandelijke beperking die het begrijpen van de vragen en het zelfreflecterend vermogen dwarsboomt. Deze factoren kunnen allemaal meespelen, maar geen kan verklaren waarom in het ideale plaatje de bronnen niet overeenkomen.

Geen waarheid, wel informatie

Dit brengt me terug naar Gadamer’s conclusie: hoe goed de methode ook, er is geen één waarheid. De verschillende diagnostiekbronnen zijn alle beschrijvingen van eigen waarheden, over één persoon. En vertellen zowel de overeenkomsten als de verschillen in onze verschillende bronnen een waardevol verhaal over de jongere. Ik ben heel nieuwsgierig naar wat we nog gaan tegenkomen en gaan vinden. Want stel je voor, we vinden dat het verschil tussen de bronnen bij de ene jongere veel groter is dan bij de andere jongere? Wat betekent dat? En hoe zouden we dit kunnen verklaren?

Kore Lampe Over Kore Lampe

gz-psycholoog in Teylingereind | voetballen-kan-in-rokje | onderzoeker bij de Academische Werkplaats Forensische Zorg voor Jeugd (AWFZJ) | kennis & nieuwsgierig | Amsterdam | museumjaarkaart | muziek!

Reacties

  1. Jongeren in detentie kennen we beter dan we denken, we schrijven helaas vaak niet op. Lees #blog @KoreLampe @DeKennis http://t.co/SdC6T0646t

Reageren