Over kinderen, hun psychische problemen, hun ouders en hun behandelaars.

De zorg in de Nederlandse Justitiële Jeugdinrichting is zo slecht nog niet

In mijn vorige post stond ik stil bij wat we in Nederland kunnen leren van de Nieuw-Zeelandse aanpak van criminele jongeren. Zoals al blijkt uit de reactie van Peter Hulshof, die in dat land heeft gewerkt als kinder- en jeugdpsychiater, kent de (forensische) psychiatrie ook daar tekortkomingen. Enkele van deze gebreken zijn punten waar we in Nederland juist wel goed scoren. De laatste jaren heeft de justitiële jeugdzorg hier gewerkt aan enkele innovaties, waar men internationaal jaloers op kan zijn.

Gedetineerde jongeren hebben heel vaak psychische problemen

In Nederland, in Nieuw Zeeland en in andere landen hebben gedetineerde jongeren relatief vaak last van psychische problemen. Hun delinquente gedrag gaat kan gepaard gaan met verslavingen, ADHD, depressie en trauma’s door geweld of emotionele mishandeling in het gezin. Overal ter wereld is hier steeds meer aandacht voor. Onbehandeld kunnen deze psychische problemen een negatieve invloed hebben binnen de jeugdinrichting, maar ook op de kans op succesvolle rehabilitatie. Helaas laten budgetten en personele bezetting het over het algemeen niet toe dat elke jongere bij start van detentie een psychiatrische beoordeling krijgt. Mijn promotieonderzoek is gebaseerd op een oplossing voor dit probleem.

Screening en Diagnostiek

Binnen de Academische Werkplaats Forensische Zorg voor Jeugd (AWFZJ) hebben we namelijk een traject van systematische Screening en Diagnostiek opgezet. Hierdoor krijgen de jongeren die het nodig hebben snel na binnenkomst in de Justitiële Jeugdinrichting (JJI) zorg. Dit project trekt internationale belangstelling, de AWFZJ is voortrekker in een Europees-Amerikaanse samenwerking om internationaal de zorg voor jongeren in contact met justitie te verbeteren: Inforsana.

Het nut van screening

De Youth Forensic Services in Auckland (Nieuw Zeeland), waar ik op werkbezoek ben geweest, zijn verantwoordelijk voor de psychiatrische zorg voor gedetineerde jongeren. Gevestigd op een ziekenhuisterrein is hoogstaande zorg in een instelling elders niet altijd even makkelijk om te waarborgen, zo bleek. De forensisch psychologen komen er pas aan te pas wanneer de jeugdgevangenis dit noodzakelijk acht. De psychologen die ik sprak, waren erg benieuwd naar onderzoeksgegevens uit Nederland, omdat over Nieuw-Zeelandse gedetineerde jongeren geen cijfers zijn. Het feit dat hier 50-90% een psychiatrische stoornis heeft schokte hen, dit komt zeker niet overeen met het percentage jongeren waarvoor de detentiecentra bij hen aankloppen. Dit verbaasde mij niet, zonder pedagogisch/psychologisch geschoolde mensen in het gebouw is het risico groot dat de instelling alleen hulp inroept bij bijvoorbeeld overlast gevende of agressieve jongeren, of als ze een gevaar voor zichzelf vormen. Gelukkig is de sociaal psychiatrisch verpleegkundige van de Youth Forensic Services recent ook gestart met het systematisch laten screenen van jongeren, waardoor het aantal consulten is gestegen.

De beperkingen van screening

Hoewel er nu screening is voor de Aucklandse gedetineerde jongeren, zijn de psychologen nog steeds bezorgd dat ze veel missen. Jongeren zijn niet altijd open over hun problemen bij een screening, of ze beseffen niet dat ze een probleem hebben, en bewakers van de jongeren zijn niet psychologisch/pedagogisch geschoold. Dit zijn ook punten van aandacht in Nederland, daarom is binnen de AWFZJ Kore Lampe bezig met het trainen van JJI-groepsleiders voor observatie van psychische problemen. Mocht hier een geschikte methode uit voortkomen, dan hebben is er vanuit Auckland alvast interesse!

Wat als de jongere weer naar huis gaat?

In Nieuw-Zeeland is er veel aandacht voor preventie van criminaliteit en het voorkómen van het opsluiten van jongeren, waardoor de nazorg voor ex-gedetineerden wel erg in de schaduw staat. Voor een jongere is na zijn detentie vaak geen begeleiding geregeld. Dit is in Nederland ook een knelpunt. Door bijvoorbeeld via gezinsgericht werken de familie van de jongeren te betrekken (zie de post van Inge Simons), zorgt de AWFZJ dat jongeren als ze vrijkomen in elk geval een steunsysteem hebben. Het hebben van een steunsysteem is een aangetoonde beschermende factor tegen recidive.

Doelmatige investering

Met het subsidiëren van de AWFZJ stimuleert ZonMW alle hierboven beschreven innovatieve projecten. Hierdoor verbetert de kwaliteit van zorg voor eenmaal gedetineerde jongeren, waardoor de kans op succesvolle maatschappelijke deelname toeneemt. Ook in tijden van bezuiniging is dit doelmatige besteding van overheidsgeld. In Nieuw-Zeeland is men in elk geval al jaloers op wat we hier door samenwerking van wetenschap en praktijk bereikt hebben!


De vorige post van Pauline Vahl: Nieuw-Zeeland: ‘softe’ bestrijding van jeugdcriminaliteit leidt tot keiharde resultaten.
De post van Inge Simons: Betrek ouders met een kind in detentie!
Meer informatie: Academische Werkplaats Forensische Zorg voor Jeugd en Inforsana.

Pauline Vahl Over Pauline Vahl

PhD-student Academische Werkplaats Forensische Zorg voor Jeugd | moeder van Hauk | import-Amsterdammer | arts-assistent psychiatrie Arkin | reiziger | bezitter van 50 paar schoenen