Over kinderen, hun psychische problemen, hun ouders en hun behandelaars.

Weinig neuroimaging onderzoek bij getraumatiseerde kinderen en adolescenten

Er is nog niet veel neuroimaging onderzoek gedaan bij kinderen en jongeren na een traumatische ervaring, vooral naar het effect van behandeling. Veel minder dan bijvoorbeeld bij ADHD of autisme. En dat is vreemd als je ziet hoe belangrijk de gevolgen van trauma’s kunnen zijn. Door te onderzoeken welke (delen van) therapieën samenhangen met welke veranderingen in de hersenen, kunnen we misschien straks beter zeggen wie we het best met welke therapie kunnen helpen.

Anders werkende hersenen

Het is bekend dat mensen die in hun jeugd traumatische ervaringen hebben gehad later een grotere kans hebben om angstig of depressief te worden. Dat is niet verwonderlijk. Het blijkt dat ze ook een grotere kans hebben op andere psychiatrische stoornissen zoals anorexia of een borderline stoornis en vaker lichamelijke problemen zoals suikerziekte of hoge bloeddruk. Zo’n traumatische ervaring betekent dus een risico voor de latere gezondheid van deze persoon. Er zijn wel ideeën over de oorzaken hiervan.

Onderzoek met hersenscans

Ook bij volwassenen die één of meerdere traumatische ervaringen hebben meegemaakt, zien we dat bepaalde delen van de hersenen er anders uitzien of anders werken. Dit anders werken heeft misschien te maken met het feit dat deze mensen later een grotere kans hebben op bijvoorbeeld angst of depressie. Dat zijn we gaan onderzoeken door de activiteit van de verschillende hersendelen te scannen via fMRI-opnames terwijl de onderzochte persoon een taak uitvoerde.

Beter helpen

We willen onderzoeken of afwijkingen in de hersenen opgelopen door een traumatische ervaring kunnen verdwijnen wanneer je behandeling geeft tijdens de jeugd, als de hersenen nog bezig zijn zich te ontwikkelen. Oftewel: kunnen we de hersenen ‘repareren’ door psychotherapie. En dan het liefst blijvend. We hopen dat daarmee de kans op het krijgen van een depressie, een angststoornis of andere klachten ook minder wordt. Dat we straks mensen die heel erge dingen hebben meegemaakt en daar de gevolgen van ervaren beter kunnen helpen, was voor veel mensen een belangrijke reden om mee te doen aan het onderzoek.

Effect van therapie op de hersenen?

Veranderingen die gevonden worden bij getraumatiseerde volwassenen, zoals een kleinere hippocampus in de hersenen, worden niet gezien bij kinderen of jongeren die trauma’s hebben meegemaakt. De hippocampus speelt een rol bij hoe we ons zaken herinneren. Bij kinderen en adolescenten worden weer afwijkingen gevonden in de hersenbalk (corpus callosum) die de twee hersenhelften met elkaar verbindt, wat maar een enkele keer gevonden is bij volwassenen. De conclusie van de review is dan ook dat er meer onderzoek gedaan moet worden en dan vooral onderzoek zoals waar we mee bezig zijn binnen EPISCA, waarbij ook gekeken wordt naar het effect van behandeling.

Meer informatie: ‘Childhood adversities and adult psychopathology in the WHO World Mental Health Surveys‘.
Voor een overzicht van neuroimaging studies bij kinderen, adolescenten en jongvolwassenen die een traumatische ervaring hebben meegemaakt, zie verder het reviewartikel ‘Neuroimaging in children, adolescents and young adults with psychological trauma‘.

Mirjam Rinne-Albers Over Mirjam Rinne-Albers

kinder- en jeugdpsychiater bij Curium-LUMC | enthousiaste moeder van drie kinderen | werkt voor adolescenten met een Autisme Spectrum Stoornis | verslaafd aan biografieën van vrouwen | promoveert op neuroimaging en trauma | een beetje zen

Reageren