Over kinderen, hun psychische problemen, hun ouders en hun behandelaars.

Een nieuwe behandeling voor kinderen met angst en dwang: anders leren denken

Cognitieve gedragstherapie is voor veel problemen de beste behandeling. Ook voor problemen met angst en dwang. Die therapie is echter niet altijd even makkelijk. Vooral het cognitieve gedeelte ervan is voor veel kinderen en hun behandelaars ingewikkeld. We hebben nu een andere methode: Cognitive Bias Modification (CBM). Deze methode is heel wat eenvoudiger dan de gebruikelijke. We gaan onderzoeken of deze methode goed werkt.

Waarom cognitieve therapie? Kinderen die bang zijn hebben vaak de vreemdste ideeën over het voorwerp van hun angst. Als zij bang zijn voor honden, denken zij van iedere hond dat deze op het punt staat hen te verscheuren, zelfs als de hond niet groter is dan een poes. Spinnen hebben ontelbare harige poten en zullen altijd op hun gezicht landen, denken zij, als ze een spinnenangst hebben. En hebben ze smetvrees dan zit, naar hun idee, de wereld vol bacteriën waar je onmiddellijk ziek van wordt, net zoals er onmiddellijk een ramp zal gebeuren, als je geen rituelen uitvoert.

Anders leren denken

In de cognitieve therapie leren deze kinderen anders te denken: dat niet alle honden gevaarlijke monsters zijn, dat bacteriën niet onmiddellijke vreselijke ziektes veroorzaken en dat het leven ook goed kan verlopen zonder rituelen. Dat anders leren denken is een moeilijk en tijdrovend proces. Een kind moet bijvoorbeeld leren berekenen hoe groot de kans is dat er een ramp gebeurt of het moet leren helpende gedachten te verzinnen. Bij sommige kinderen werkt dat goed, maar anderen vinden het erg moeilijk. Zij blijven vaak even bang.

Computer

De nieuwe methode om gedachten te veranderen vraagt helemaal geen berekeningen en geen helpende gedachten. Bovendien is er niet steeds een therapeut bij nodig. Het gaat via de computer, thuis. Bij die nieuwe methode krijgt het kind op de computer een hele serie uiterst korte (drie regels) verhaaltjes te lezen, gevolgd door een vraag. Die verhaaltjes slaan allemaal op het probleem waarmee het kind zit. Het enige verschil is dat die verhaaltjes allemaal niet-angstig of niet-dwangmatig eindigen. Een voorbeeld van zo’ n verhaaltje:

“Je staat onder de douche. Je bent helemaal schoon.
Eigenlijk moet je je dwangritueel nog afmaken.
Je trekt je er niets van aan, doet gewoon de kraan dicht en gaat je afdrogen.
Vraag: Kun je met een dwangritueel iets akeligs voorkomen?”
(Het goede antwoord is ‘nee’.)

Om er voor te zorgen dat het kind actief betrokken blijft, is van het verhaaltje een makkelijke invuloefening gemaakt. In plaats van ‘ afdrogen’ als laatste woord, staat er afdr.gen. Het kind moet dan invullen welke letter daar hoort te staan. Dat is niet moeilijk, maar vraagt toch enige aandacht. Met een reeks van zulke verhaaltjes oefent het kind dan drie keer per week. En dat een paar weken lang.

En werkt het?

In onderzoek bij volwassenen is gebleken dat deze manier van cognitieve therapie effect heeft: op de manier van denken – mensen gaan minder angstig denken – en op de angst zelf, die wordt minder. Bij de Bascule gaan wij nu onderzoeken of deze vorm van cognitieve therapie het effect van de gebruikelijke therapie groter maakr. Dat doen we het eerst bij kinderen en jongeren met een dwangstoornis. Als het werkt, hebben we er een extra methode bij om moeilijke problemen uit de wereld te helpen.

Else de Haan Over Else de Haan

hoogleraar psychologie bij de UvA (Onderwijskunde) en de Bascule | behandelt kinderen met ernstige dwangstoornissen | onderzoekt emotionele stoornissen bij kinderen en jongeren | gek op zeilen, roeien en zwemmen en woont daarom ook op het water

Reacties

  1. Anders leren denken over je zijn ipv de situatie.