Over kinderen, hun psychische problemen, hun ouders en hun behandelaars.

De aanhouder wint

Volharding loont bij de behandeling van kinderen en jongeren met een dwangstoornis. Als aan het einde van een standaardbehandeling de dwangklachten niet over zijn, kan het zin hebben om de cognitieve gedragstherapie langer voort te zetten, ook zonder medicatie.

Youri, 14 jaar, heeft last van een dwangstoornis. Hij is doodsbang om ziektes of slechte eigenschappen van anderen over te nemen. Om dat te voorkomen voert hij uitgebreide schoonmaak- en handenwasrituelen uit. De dwang kost veel tijd, leidt tot ruzies thuis, verslechtert zijn schoolprestaties ernstig. Youri spreekt niet meer met zijn vrienden af en is gestopt met hockey. De behandeling, cognitieve gedragstherapie, verloopt moeizaam. Aan het einde van het behandelprotocol, na zestien wekelijkse sessies therapie, is er enige vooruitgang. Maar de problemen zijn lang niet over. De therapeut zoekt in de literatuur naar wat er nu moet gebeuren. De internationale behandelrichtlijn adviseert om medicatie toe te voegen aan de therapie. De therapeut bespreekt daarom het advies met Youri en zijn ouders. Voortzetting van de gedragstherapie willen ze wel, maar medicatie…? Zijn ouders twijfelen in verband met de mogelijke risico’s en Youri weigert pertinent om medicatie te gebruiken uit angst te zullen veranderen. De therapeut zit met de handen in het haar.

Praten, pillen of beide?

Cognitieve gedragstherapie (CGT) is een redelijk effectieve behandeling voor kinderen en jongeren met een obsessieve-compulsieve stoornis (OCS), kortweg dwangstoornis. Keer op keer is in onderzoek aangetoond dat aan het eind van de standaard behandeling (12–20 sessies) de dwangklachten met gemiddeld 40 tot 65% zijn afgenomen. Dat is aanzienlijke winst, maar het betekent ook dat 35 tot 60% van de dwangklachten nog bestaat. Bovendien zeggen deze cijfers alleen iets over het gemiddelde van de groep en niets over de individuele effecten. Sommige kinderen zijn aan het eind van het behandelprotocol van alle dwang af, terwijl andere nog met aanzienlijke problemen kampen. Over wat er met deze laatste groep kinderen moet gebeuren, bestaat weinig literatuur. De therapeut moet dit probleem zelf zien op te lossen. Hij heeft meerdere opties:

1) Stoppen met de behandeling, dit probleem is niet te verhelpen.
2) Doorgaan met de CGT, de behandeling heeft meer tijd nodig.
3) Medicatie geven, want CGT heeft hier duidelijk niet gewerkt.
4) Medicatie en CGT combineren, want alleen CGT is niet krachtig genoeg.

De internationale behandelrichtlijn adviseert het laatste: het toevoegen van medicatie (een SSRI) aan de CGT (Geller et al., 2012). Op het eerste gezicht een logische vervolgstap: als enkel CGT onvoldoende heeft geholpen, moet je zwaarder geschut inzetten. Het ontbreekt echter aan onderzoek dat aantoont dat de combinatiebehandeling bij deze groep kinderen tot betere effecten leidt dan enkel CGT. Onnodig voorschrijven van medicijnen is niet wenselijk, vanwege mogelijke bijwerkingen en omdat eventuele risico’s op lange termijn onbekend zijn. De therapeut staat voor een lastige keuze.

Is het de aanhouder die wint?

Bij de Bascule/AMC hebben we onderzocht wat er gebeurde als we kinderen langer doorbehandelden met CGT wanneer de klachten na de standaardbehandeling (16 sessies CGT) niet over waren. Aan het onderzoek deden 58 kinderen mee, tussen de 8 en 18 jaar. Na de standaardbehandeling werden 19 kinderen doorbehandeld met CGT, zonder medicatie. Zij kregen tussen de 2 en 34 extra sessies (gemiddeld 10,5).

In de onderstaande grafiek is weergegeven hoe het deze kinderen verging.

 Onderzoek effect verlengde CGT

De lijn geeft de ernst van de dwangklachten weer (CY-BOCS score) tijdens de standaardbehandeling, vier maanden en een jaar later. Bij voortzetting van CGT, zonder medicatie, namen de dwangklachten significant verder af. Voortzetten van CGT bij kinderen die nog niet van hun klachten af zijn na de standaardbehandeling kan dus zeker zin hebben, ook zonder toevoeging van medicatie!

Volharding en een rotsvast vertrouwen van de therapeut loont!

Geller, D. A., March, J., Walter, H. J., Bukstein, O. G., Benson, R. S., Chrisman, A. et al. (2012). Practice parameter for the assessment and treatment of children and adolescents with obsessive-compulsive disorder. Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry, 51, 98-113.

Lidewij Wolters Over Lidewij Wolters

orthopedagoog en onderzoeker | woont samen in Amsterdam | is nog aan het klussen in huis | doet onderzoek naar de behandeling van de dwangstoornis | gaat altijd op de fiets naar het werk

Reacties

  1. De aanhouder wint. Volharding loont bij behandeling kind met #dwangstoornis. #blog Lidewij Wolters #ggz http://t.co/nJu8KnirM7

  2. Over voldharding en vertrouwen. Nieuw blog op @DeKennis ‘De aanhouder wint’ http://t.co/LUBfnCV7C2 #jggz #dwangstoornis #transitie

Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten